22 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
: C35109
De botanische tuin TU Delft, van ontstaan tot nu
: R27555
Bijna een eeuw Botanische Tuin TU Delft
: R28635
Koken met bloemen en kruiden uit de Botanische Tuin
: R30737
Papyrus
: R62296
Botanische tuin nog steeds van nut
: R70960
Botanische tuin TU Delft
: R71954
Veel Delftenaren komen hier nooit : Botanische tuin 100 jaar
: R72170
De Botanische Tuin bloeit
: R78893
Het groene laboratorium : honderd jaar Botanische Tuin TU Delft
: R80240

Botanische Tuin

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

De Botanische tuin

De Botanische tuin heeft een groot aanbod aan exotische bomen
De Botanische tuin is een onderdeel van de Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de TU Delft waarin een verzameling van technische planten te zien is. De Tuin is een oase van rust, kleur, geur en stilte. Vrijwel alle planten in de tuin worden door mensen gebruikt!









Hoe is de botanische tuin ontstaan?

Van Iterson en Beijerinck

Gerrit van Iterson Jr. (1878 - 1972)

Een belangrijk persoon in de geschiedenis van de Botanische Tuin is Gerrit van Iterson Jr. Hij leefde van 1878 tot 1972. In 1901, in de periode van toenemende belangstelling voor de tropische botanie, studeerde hij af. Zeven jaar later promoveerde hij cum laude bij M.W. Beijerinck, de grondlegger van de moderne microbiologie. Hij kreeg uitstekende kritieken en werd zelfs in de jaren ’70 van de vorige eeuw nog geciteerd. Beijerinck had hoge verwachtingen van Van Iterson. Met zijn invloed zorgde hij ervoor dat Van Iterson in 1907 hoogleraar werd in een voor Delft nieuw vak, de microscopische anatomie. De microscopische anatomie richt zich op het niet met het blote oog te zien, weefsels en cellen. Voor zijn colleges mocht Van Iterson ruimte gebruiken in Beijerincks laboratorium. Ook de tuin en de planten mocht hij gebruiken.

Eerste verhuizing
Doordat de colleges van Van Iterson erg populair waren, ondanks dat microscopische anatomie geen verplicht vak was, werd de ruimte te klein. In de zomer van 1908 verhuisde hij naar het Oude Kantongerecht aan de Oude Delft 81. Het huis had ook een tuin, die geschikt werd gemaakt voor het kweken van de planten die nodig waren bij zijn onderwijs en onderzoek. Daarbij gaf Van Iterson de voorkeur aan gewassen die bruikbaar waren in de techniek en legde hij de basis voor de studie die hij later de 'Technische Botanie' zou noemen. Een jaar later drong Van Iterson er al op aan dat dit pand, met name de tuin, te klein was voor het onderzoek dat hij voor ogen had. Dit voorstel maakte weinig kans bij de regeringen toentertijd. Er kwamen wat veranderingen aan het huis, het Rijk stelde een extra stuk land achter het huis ter beschikking en er werd een kleine kas in de tuin gebouwd.

Botanische Tuin 1914
Tweede verhuizing

In 1911 kreeg Van Iterson een aantrekkelijke aanbod om directeur van het proefstation voor de Javasuikerindustrie in Pasoeroean te worden. Hierdoor kwamen de bestuurders en studenten van de Technische Hogeschool samen in actie. Ze vroegen de minister om er voor te zorgen dat Van Iterson en zijn onderzoek niet voor Delft verloren zouden gaan. De minister vroeg of Van Iterson in Delft wilde blijven. Van Iterson besloot te blijven op voorwaarde dat hij op korte termijn een eigen instituut voor onderwijs en onderzoek zou krijgen. In april 1914 kreeg de Technische Hogeschool ongeveer drie hectare land voor de tuin ter beschikking aan de Julianalaan.

Hoe is de botanische tuin veranderd in de loop van de jaren?

Eerste indruk
In april 1914 zag Van Iterson een laag, drassig weiland waar dicht onder het oppervlak een ondoordringbare laag klei zat. Dit zou zijn botanische tuin worden. Om het terrein bruikbaar te maken voor de onderzoeken van Van Iterson moesten er veel dingen worden veranderd. Het afwateringssysteem moest bijvoorbeeld veranderen en het maaiveld moest een flink stuk omhoog. Maar doordat het mogelijk moest blijven dat de studenten van de Polytechnische School hun landmetingen konden verrichten, mocht er in de Botanische Tuin geen hoge beplanting worden aangebracht.

De noodzakelijke verbeteringen

De noodzakelijke verbeteringen werden in 1913 en 1914 uitgevoerd. De eerste dertig tot veertig centimeter van de bovenlaag van het weiland werden afgegraven. In de ondoordringbare kleilaag daaronder werden twaalf greppels gegraven tot aan het grondwater. Deze werden volgestort met schoon duinzand.
Laboratorium 1917
De bedoeling was om zo de waterhuishouding onder controle te krijgen. Op de klei kwam een flinke laag schoon duinzand. Daar bovenop kwam de oorspronkelijke bovenlaag van het weiland weer terug. Hierdoor kwam het maaiveld aan de huidige Julianalaan ruim een meter hoger te liggen. Dit hele project, ophoging, aanleg, bouw van de kassen en van een woning voor de tuinman, kostte bijna 90.000 gulden.

Inmiddels was aan de Julianalaan de bouw begonnen van het Laboratorium voor Technische Botanie. Het ontwerp kwam van de bekende architect J.A.W. Vrijman. In oktober 1917 was het nieuwe laboratorium klaar voor gebruik door studenten en personeel.

Verdeling van de grond
Na de bouw van het laboratorium was er nog twee hectare grond voor de tuin beschikbaar.Dit terrein werd in drie stukken verdeeld. Het noordelijke en zuidelijke stuk lagen hoog, het westelijke een stuk lager. In het noordelijke gedeelte kwamen de kassen, in het zuidelijk kwam de bomentuin. Het meest westelijke deel kreeg de minste aandacht. In dit deel werden gewassen gekweekt die als proefmateriaal gebruikt zouden worden in het laboratorium. Er werd een vijver gegraven om met de vrijgekomen aarde dit deel van de tuin op te hogen. In dit deel werden ook rechthoekige perken, doorsneden met rechte paden, aangelegd.
Van Iterson was erg onder de indruk van de botanische tuin in München-Nymphenburg. Hierdoor liet hij dezelfde kassen ontwerpen voor de Delftse Botanische Tuin als die in Duitsland. Doordat de kassen uit verschillende, afsluitbare delen bestaan is het mogelijk om planten uit verschillende klimaten in dezelfde kas te kweken.

Kruidentuin en herbarium

De twee hectare oppervlakte voor de Botanische Tuin bleek te klein te zijn. Naast de Botanische Tuin bevond zich de leerlooierij van de firma Roes & Zn. Deze leerlooierij had ook een kruidentuin in zijn bezit voor Delftse apothekers. In december 1917 werd deze kruidentuin door het Rijk voor de
Functionele tuinarchitectuur 1917
Botanische Tuin aangekocht. De kruidentuin bleef bestaan, alleen deze werd heringericht. Elk vak had zijn eigen onderwerp, zoals bijvoorbeeld medicinale planten en planten die nuttige vezels leveren.

Ook werd er een herbarium ingericht. In een herbarium, worden gedroogde en wetenschappelijk beschreven planten veilig bewaard. Behalve gedroogde platen, speelden zaden ook een belangrijke rol. Door de zaden liepen de kosten minder hoog op voor nieuwe planten. Zo werd er een hele verzameling zaden aangelegd.

Tweede helft twintigste eeuw
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de tuin het moeilijker. Doordat Nederland een kolonie had verloren en de verstandhouding niet goed meer was met Indonesië, had dit invloed op de onderzoeken naar de tropische planten. Ook trekt de landbouwhogeschool in Wageningen een deel van het onderwijs in en onderzoek aan tropische gewassen naar zich toe.
In de jaren ’50 worden de kassen ingrijpend gerenoveerd. Maar na tien jaar komt er een voorstel om de grond te gebruiken voor nieuwbouw. Dit kan net op tijd worden voorkomen.
Maar na een fusie in de jaren ’80 verloor de tuin de directe band met het onderwijs en onderzoek. De fusie had meerdere gevolgen. Het herbarium verloor zijn functie en werd overgedragen aan het Rijksherbarium in Leiden. De verzameling tropische producten die door Van Iterson was aangelegd, ging naar het Technisch Tentoonstellings Centrum van de Universiteit, nu het Techniek Museum. Deze verzameling werd in 1988 opgesplitst. Een deel ging naar het Delftse museum Nusantara en de andere helft naar het museum Naturalis in Leiden. Alleen de monsters van tropische producten bleven in Delft. De proeftuin ging ook verloren en zo werd de tuin een flink stuk kleiner.

Samenwerking
Met alle botanische tuinen ging het slecht in die tijd. Om toch samen te werken ging ze hun collecties op elkaar af stemmen. Zo werd in 1988 de Stichting Nederlandse Plantentuinen opgericht. Deze naam werd in 1998 veranderd in Stichting Nationale Plantencollectie. De samenwerking werkte goed en de botanische tuinen verloren niet alleen functies, maar kregen er ook nieuwe bij. Verschillende instellingen gingen beroep doen op hun kennis en ervaring. Zo is ook de Botanische Tuin in Delft niet uit beeld verdwenen.

Botanische Tuin 2010-2011

Wat is er te zien in de Botanische tuin?
Het toegangspad van de Botanische Tuin in Delft ziet er in de zomer erg fleurig uit. Van de ongeveer zevenduizend soorten planten staat op het toegangspad een collectie nuts- en sierplanten. Naast een collectie fraaie sierplanten en een interessante collectie kruiden en specerijen, beschikt de Delftse Botanische tuin over typische ‘technische’ gewassen. Voorbeelden hiervan zijn planten die olie of kleurstoffen leveren, of waarvan het hout, de vezels of de bast ‘nuttig’ kunnen worden gebruikt.
De tuin bestaat op dit moment uit vier delen: de bomentuin, de middentuin, de kruidentuin en het kassencomplex. Doordat de geschiedenis van de tuin is verbonden met voormalig Nederlands-Indië, komt een groot deel van bomen, struiken, klimplanten en kruiden uit deze warmere streken. In de Tuin bevinden zich ook een kleine rotstuin, een bijenstal, een verzameling fruitbomen en –heesters en een heemtuin.

De Bomentuin
De bomentuin

In dit deel van de tuin vindt de bezoeker veel houtproducerende gewassen. Voorbeelden zijn loofbomen zoals de eik, beuk, kastanje en es, maar er zijn ook naaldbomen zoals dennen en sparren te vinden. De bomentuin is erg populair en heeft een parkachtige aanleg. Een ander woord voor bomentuin is arboretum. Dit woord komt uit het Latijn (arbor = boom).

De middentuin
Hier bevinden zich aan de randen van het gazon verschillende soorten bomen. Voorbeelden zijn de Taxus baccata 'Fastigiata' (een struikvormige boom met een zuilvormige kroon) en de Metasequoia glyptostroboides (een bladverliezende naaldboom). Om de middentuin heen bevindt zich het Kluyverlabaratorium, het gebouw van de afdeling biotechnologie van Technische Natuurwetenschappen. Langs de randen van dit gebouw bevinden zich ook weer kleine bomen, dit keer de toverhazelaars, welke in de winter bloeien.

De kruidentuin
In dit gedeelte van de tuin kunt u de kruiden en genotsplanten bewonderen. Een kruid is een plant waarvan bepaalde delen (wortels, stengels, bladeren, bloemen, vruchten) worden gebruikt voor voedsel, medicijnen, smaak of geur. Genotsplanten zijn planten die niet als basisvoedingsmiddel worden gebruikt, maar vanwege de stimulerende werking worden toegepast. Beide soorten planten vindt u dus in dit deel van de Botanische tuin. De kruidentuin is op een speciale manier ingedeeld, namelijk in vakken waarin de soorten naar toepassingen zijn gerangschikt. Voorbeelden van planten die u kunt tegenkomen in dit deel van de tuin zijn vezelplanten, granen, peulvruchten, kleurstofplanten, medicinale kruiden, keukenkruiden en ga zo maar door.

Het kassencomplex
In de kassen in de Botanische tuin groeien onder andere banaanachtigen, gemberachtigen, Marantaceae (botanische naam voor een familie van eenzaadlobbige planten) en Menispermaceae (botanische naam voor een familie van tweezaadlobbige planten). In de kassen bevinden zich ook gewassen die in onze winters niet kunnen overleven, zoals houtproducerende gewassen. Verder zijn er voedingsplanten en ook nog genotsplanten te zien, zoals rijst, koffie, thee cacao en suikerriet. Als laatst zijn er ook veel technische planten, zoals papyrus en bamboe.
In de kassen bevindt zich ook een kleine vijver, die steeds twee nachten bloeit. De eerste nacht wit en de tweede nacht roze. Tenslotte zijn er interessante collecties vetplanten, cactussen en orchideeën. Kortom, zeker de moeite waard om eens te bekijken!

Welke contacten heeft de Botanische tuin en wat bereikt de tuin hiermee?

Dat de Botanische Tuin in Delft eigendom is van de Technische Universiteit Delft (TUD), wil nog niet zeggen dat alle activiteiten binnen de Tuin op de
luchtfoto van de botanische tuin
TUD zijn gericht. Er zijn tentoonstellingen, voorlichtingsdagen, plantenruilbeurzen en bijvoorbeeld lessen voor scholieren. Dit alles met het doel meer bezoekers te ontvangen.

Voor het uitvoeren van deze niet-universitaire activiteiten heeft de tuin in oktober 1997 de Vereniging ‘Vrienden van de Delftse Botanische Tuin’ opgericht. Deze vereniging probeert de tuin te helpen. Ze probeert ervoor te zorgen dat de historische, culturele en botanische kwaliteiten van de tuin bekend worden. Ook ondersteunt ze de educatieve en voorlichtende taken van de tuin die op doelgroepen buiten de TUD zijn gericht. Verder geeft de vereniging haar mening over hoe de belangen van de tuin zelf, en de belangen van de mensen die niet bij de TUD werken, het beste kunnen worden toegepast. De vereniging volgt goed wat de TUD en de overheid met de tuin van plan zijn.

Kortom: de vereniging ondersteunt de maatregelen die de TUD neemt, die de tuin en zowel zijn universitaire als niet-universitaire bezoekers ten goede komen. De vereniging helpt de tuin dus optimaal te functioneren, waar het maar kan. Hierdoor kan de bekendheid van de tuin nog meer uitgebreid worden!

Bronnen

www.botanischetuin.tudelft.nl
‘Van plant tot techniek’ (eerste druk) P. van Mourik.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies