10 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Penning op 2de eeuwfeest artillerie-constructiewerkplaatsen, 1679 – 1879
: 104457
: C15022
: S2917
De constructiewerkplaatsen der artillerie te Delft
: R50518
De Constructiewerkplaatsen der Artillerie te Delft : bouwhistorische documentatie en waardebepaling, tekst en afbeeldingen
: R25905
: C54445
Delftse wapensmidse ontstond drie eeuwen geleden
: R18016
Aanwinst : Militaire dienstwoningen
: R76099
De gebouwen van de geweerwinkel
: R79082
Het archief van de Geweerwinkel te Delft
: R26000

Constructiewerkplaatsen

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

De historie van de Constructiewerkplaatsen start eigenlijk al in 1674, toen de centrale overheid twee van de houttuinen buiten Delft huurde om er oorlogsmaterieel op te slaan. Het officiële beginpunt van de werkplaatsen ligt echter vijf jaar later. In 1679 kreeg de artillerie toestemming om een eigen affuitmakerij op te richten, en wel op de recent gehuurde tuinen.
Deze werkplaats voor het vervaardigen van onderstellen voor kanonnen breidde zich in de loop der jaren geleidelijk uit. Het bedrijf kwam tot grote bloei na de terugtrekking van Napoleon aan het begin van de negentiende eeuw. Er moest immers een nieuw leger opgericht worden, waartoe veel materieel noodzakelijk was. Honderden Delftenaren vonden in de negentiende eeuw 'bij de Constructie' een werkplek.

De Instrumentmakerij van de Constructiewerkplaatsen tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Collectie Legermuseum.

De arbeidsomstandigheden bij de Constructiewerkplaatsen waren over het algemeen goed. Desondanks brak er in 1918 een staking uit onder de werknemers. Wellicht speelden de onzekere tijden een rol. Donkere wolken pakten zich namelijk al vanaf het eind van de negentiende eeuw samen boven de werkplaatsen, die kampten met groeiend ruimtegebrek. Verhuizing, sluiting en uiteindelijk sloop bleken onvermijdelijk.

Twee eeuwen constructiewerkplaatsen

De feestelijkheden rond het tweehonderdjarig bestaan van de Constructiewerkplaatsen in 1879 duurden maar liefst een volle week. Prins Frederik kwam hoogstpersoonlijk langs om een zilveren herinneringspenning in ontvangst te nemen, iets wat hem overigens een fikse verkoudheid opleverde. De hoogbejaarde prins moest een aantal dagen het ziekbed houden nadat hij de plechtigheden bij de Constructiewerkplaatsen in de buitenlucht had bijgewoond. Werknemers kregen een bronzen penning en werden samen met hun echtgenotes uitgenodigd voor een aantal speciale toneelvoorstellingen. De rest van de stadsbevolking deelde mee in de festiviteiten. De werkplaatsen waren feestelijk versierd en 's avonds verlicht, en de feestweek werd afgesloten met een groots vuurwerk boven de stad. 

Staken

Een landelijke stakingsgolf onder munitiepersoneel vond in 1918 haar oorsprong in de Delftse Constructiewerkplaatsen. Op 18 april om 5.50 uur legden 25 werknemers hun werk neer, terwijl van de volgende werkploeg om 6.00 uur ongeveer honderd mannen niet op kwamen dagen. Ze waren allemaal als 'losse werklieden' in dienst en eisten voortaan een achturige werkdag. Het initiatief vond navolging onder de werknemers van de werkplaatsen bij de Hembrug, in Woerden en in Haarlem. Bij de Hembrug liepen de gemoederen zelfs zo hoog op dat er vechtpartijen ontstonden en politie te paard de rust moest herstellen.
De Delftse staking verliep een stuk rustiger. Reeds twee dagen later gingen de eerste stakers alweer aan het werk, voornamelijk dienstplichtigen die hun soldij gewoontegetrouw op kwamen halen en direct aangehouden werden. Uiteindelijk ging op 29 april iedereen weer aan de slag. Waarschijnlijk waren de eisen van de stakers gedeeltelijk ingewilligd, óf konden de werkgevers zoveel druk uitoefenen dat de arbeiders hun werk weer oppakten.

Verhuizen

De Constructiewerkplaatsen waren aan het eind van de negentiende eeuw op het hoogtepunt van hun faam en bedrijvigheid. In de jaren nadien gingen er echter steeds vaker stemmen op om de werkplaatsen te verhuizen naar de Hembrug bij Amsterdam. Ongeveer 12% van de Delftse beroepsbevolking was werkzaam bij de Constructiewerkplaatsen, zodat het vertrek een gevoelig verlies voor de plaatselijke economie zou betekenen. Ondanks alle protesten bleek de verhuizing ten langen leste onafwendbaar. Door de toegenomen huizenbouw in de Stationsbuurt aan het eind van de negentiende eeuw konden de Constructiewerkplaatsen niet verder meer uitbreiden. Een nieuw onderkomen bij de Hembrug zou alle werkplaatsen met gemak onderdak kunnen bieden.

De Constructiewerkplaatsen tijdens de Eerste Wereldoorlog, met een uitstalling van het materieel dat er gemaakt werd.
Collectie Legermuseum.

Het duurde overigens nog lange tijd voordat alle onderdelen overgeplaatst waren. Pas in 1924 vertrokken de laatste werknemers van de Constructie naar de Hembrug. Er waren toen nog zo'n twaalfhonderd arbeiders in dienst. Tot lang daarna werden er nog wel verwante werkzaamheden uitgevoerd in het complex. Het grote getouwtrek om het behoud of de sloop van de Constructiewerkplaatsen zou echter snel losbarsten.

Gesloopt

Nadat de militaire activiteiten in de Constructiewerkplaatsen in 1924 waren stopgezet, bleef het complex een rol vervullen voor de Delftse economie. Diverse bedrijven kregen hun stek in de leegstaande panden. De Nederlandsche Röntgenapparatenfabriek bijvoorbeeld betrok in 1929 enkele gebouwen en vanaf datzelfde jaar huurde ook automobielfabriek Morris er ruimte.
In de jaren dertig gonsden er regelmatig geruchten rond over de terugkeer van militaire werkzaamheden in de Constructiewerkplaatsen. Dat gebeurde inderdaad aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, maar de hier gevestigde Artillerie Inrichtingen werden op last van de Duitsers al snel opgeheven. Voortaan kwamen er vooral gereedschappen en landbouwwerktuigen uit de werkplaatsen tevoorschijn.
Na de oorlog werd het complex al snel een doorn in het oog van de Delftse gemeente. Vanaf de jaren vijftig ontstonden er plannen om delen van de werkplaatsen te slopen opdat er een groot Stationsplein [/straten/stationsplein] zou kunnen verrijzen. In 1961 was het zover: het meest noordelijke deel van de Constructiewerkplaatsen moest wijken voor een goede verkeerstoegang vanaf de Westvest. Halverwege de jaren negentig viel het tweede deel van de werkplaatsen ten prooi aan de slopershamer. De panden die er nog stonden, vormden dus slechts een derde van het voormalige complex. De laatste panden zijn gesloopt met de rest van de Van Leeuwenhoeksingel, voor de komst van de nieuwe stationsbuurt.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies