geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

De historie van A. Hillen en de latere N.V. A. Hillen’s Sigaren- en Tabaksfabriek

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

De vroegste geschiedenis

De geschiedenis van A. Hillen begint in 1770. Gerrit Hillen stichtte in dat jaar een bedrijfje aan het Oude Delft. langs de toenmalige hoofdvaart.

Blijkens het consentboek van 1664-1794 verkreeg hij op 22 februari 1772 wettelijk toestemming van de Schepenen der Gemeente Delft om zijn producten te verkopen.
Hillen Delftsche Poort.jpg

Gerrit Hillen trouwde in 1772 met Maria Anna Wiltens. In een verklaring ten overstaan van een notaris die op 2 februari 1774 werd opgemaakt, kort voor de geboorte van hun eerste en enige zoon Albertus, legden de ouders vast dat hun kind(eren) een goede opvoeding moesten krijgen. Zo werd afgesproken dat zij lezen en schrijven moesten leren. Wanneer beide ouders zouden komen te overlijden voordat de kind(eren) meerderjarig waren moesten zij hun verdere opvoeding ontvangen in het weeshuis der Stadt. Tevens werd een testament langstlevende opgemaakt.

Over Gerrit Hillen is weinig bekend. Algemeen werd aangenomen dat hij een bemiddeld man was. De manier waarop hij begraven werd in de Oude Kerk bevestigd dat. Zijn begrafenis, op 2 februari 1805 vond plaats met de nodige pracht en praal, met volgkoetsen en eigen dragers. Het geld voor de begrafenis 400, - had hij van te voren gereserveerd. Vele bezittingen liet hij na zoals een huis en erve aan de oostzijde van het Oude Delft, tuin en erve met een houten koepel op een stenen voet in het Gelderse Pad, een koornwijnbranderij en erve met distilleerketel, genaamd “de Paauw” aan de oostzijde van het Oude Delft, aandeel in een houten molen op stads Veste over de Bagijnensteeg en een aandeel in de plateelbakkerijen “de Bloempot” aan de zuidzijde van de Molslaan. Gerrit Hillen was eveneens in het bezit van effecten en obligaties. Bij zijn overlijden werden echter, met uitzondering van de ƒ 400, - voor de begrafenis, geen contante penningen in de boeken gevonden. Schulden waren er echter ook. Bij een tabaksverkoper stond hij voor ƒ 105,- in het krijt en verder diverse rekeningen bij timmerlieden, de metselaar, de loodgieter, de kolenboer, de wijnhandelaar, de horlogemaker en de schoenmaker.

Toen de tweede vrouw van Gerrit Hillen, Elizabeth Eekhout bij hun huwelijk ten overstaan van de notaris op 12 januari 1791 de keus kreeg: na het overlijden van Gerrit, meedelen in de winsten en/of verliezen of voor een uitkering kiezen, koos zij voor het laatste Haar besluit was ingegeven door de verliezen van de laatste jaren.

Hillen sigarenbandje.png

Albertus Hillen

Hillen tegel 1.jpg

Het was Albertus Hillen, naar wie het bedrijf genoemd is, die vanuit een diep dal de zaak, na de dood van zijn vader, omhoog gestuwd heeft en nieuwe impulsen heeft gegeven. In de eerste tijd van de firma Hillen werden voornamelijk pijp- en snuiftabakken verwerkt en verhandeld. De Franse overheersing (1810 – 1813) zette de ontwikkeling tijdelijk stil. De vrije aanmaak en handel in tabak en sigaren waren verboden. De Franse Regie regelde vanuit Parijs welke producten voor het volk nog verkrijgbaar gesteld mochten worden. Zo werd aan Albertus Hillen door de prefect van het Departement des Bouches de la Meuse (Maasmond) vergunning verleend tabak te debiteren (in het klein verkopen). Dit pleit voor Albertus Hillen, daar alleen aan de beste en voornaamste fabrikanten toestemming gegeven werd. Als onderscheidend kenteken werd hem een bord overhandigd, in de Franse en Hollandse taal, welke aan de gevel opgehangen moest worden. De overheersing duurde niet lang. Zodra de onafhankelijkheid in 1813 was herkregen, werd tot grote opluchting van Albertus Hillen en onder gejuich van het gehele personeel het Franse schild vervangen door dat van het “Rode Anker”, de naam van de winkel en het bedrijfspand en later het grote handelsmerk.

Verdere groei en ontwikkeling van A. Hillen maakte het noodzakelijk dat nieuwe bedrijfspanden in de Pepersteeg aangekocht werden. Sigaren vonden hun weg over het gehele land. Op de zaterdagavond was het een grote drukte op het Oude Delft wanneer op lange tafels, in vakjes gescheiden, duizenden zakjes met sigaren in verschillende prijzen aftrek vonden bij de klanten, die voor de zondag hun inkopen deden.
voorkant kaart
achterkant kaart

Vervolg

Na het overlijden van Albertus in 1834, heeft zijn vrouw Anna Maria van Spreeuwenburg, de zaak nog vier jaar voortgezet. In de akte van scheiding uit 1835 worden de vele bezittingen verdeeld tussen moeder en de twee getrouwde dochters met beider echtgenoten. Onder deze bezittingen bevinden zich verschillende huizen met erven aan het Oude Delft en pakhuizen aan de Kloksteeg en Pepersteeg. Ook aardewerkfabriek “de Bloempot”, verkregen uit de nalatenschap van Gerrit Hillen, maakt onderdeel uit van de bezittingen. In 1838 overlijdt Anna Maria. Het is dochter Sara Jacoba Elizabeth en haar man Johannes Petrus de Lange, die op 11 juni 1840 de verworven bezittingen uit twee erfenissen het woonhuis, genaamd “het Rode Anker” aan het Oude Delft no. 63 en het pakhuis en erve (terrein bij het huis), eveneens genaamd “het Rode Anker” aan de Pepersteeg verkopen voor de somma van ƒ 6.000,- aan zwager en broer Albertus Gerardus de Lange, koopman van beroep. Albertus de Lange, geboren op 4 mei 1825 te Delft, gaat wonen op het Oude Delft 63. Hij wordt directeur van de firma Hillen

De bloeiperiode onder M. Hioolen

Hillen brief.jpg

In 1861 was het Martinus Hioolen (1834-1905), voortkomend uit een zeer oud geslacht (±1490), die de firma dankzij financiële steun van zijn oom Willem Hioolen kon overnemen. Martinus had al iets met tabak, daar de familie eigenaar was van een snuifmolen in Kralingen (die nog steeds bestaat en als museum ingericht is). Zakelijke ervaring heeft hij opgedaan in het familiebedrijf en later in de goud- en zilverindustrie. Martinus Hioolen heeft zich zakelijk zeer onderscheiden. In een periode dat er stagnatie was in de algemene welvaarts ontwikkeling, die tot de jaren 1890 duurde, kwam hij met het geheel nieuwe idee om een landelijk netwerk van filialen op te zetten, om zo voor zijn sigaren een vast afzetgebied te creëren. Het waren de zelfstandige sigarenwinkeliers die hun sigaren kochten bij kleine of grotere sigarenfabrieken, maar op hun inkoop gingen bezuinigingen door de sigaren nu te kopen bij thuiswerkers of zelfs werkloze sigarenmakers. Door een netwerk van eigen winkels op te bouwen (zogenaamde depots) kreeg hij een ijzersterke binnenlandse positie. Het eerste filiaal werd gevestigd in Rotterdam naast de beurs. Op de hoek Oude Delft - Kolk kwam de eerste van de drie Delftse vestigingen. In een gestaag tempo werden in alle grote steden van Nederland (en in sommige zelfs meerdere) winkels geopend. Martinus Hioolen is tot in 1892 directeur geweest van de Fa. A. Hillen.

Het zakelijke verloop onder C.N.J. Hioolen

De twee oudste zonen van Martinus Hioolen, Alexander Martinus en Derk Marie respectievelijk geboren in 1863 en 1865, traden in hun vaders voetspoor. Beiden waren al in de tabakssector actief. Nog onder het directeurschap van hun vader maakte de Delftse Courant van 2 mei 1886 melding, via een advertentie, dat de heren A.M. Hioolen en D.M. Hioolen oprichtte een vennootschap van koophandel onder de firma van “A. Hillen” met als doel: de voortzetting van de firma van handel in tabak, het fabriceren van sigaren, het importeren van Havana- en Manillasigaren en de handel in een en ander, alsmede in alle artikelen, in het groot en klein, welke gerekend kunnen worden daarmede in verband te staan. De vennootschap is gevestigd te Delft en aangegaan voor de tijd van één jaar, beginnende vanaf 1 januari 1886 en eindigend per 31 dec. 1886, mits ten minste drie maanden van tevoren door een van de vennoten aan de ander schriftelijk opgezegd wordt. Zonder opzegging zal de vennootschap stilzwijgend voor één jaar verlengd worden en zo vervolgend, totdat een opzegging plaats vindt. Het is de vennoten verboden gelden op te nemen ten behoeve van derden ter lening of verstrekking, of verbintenissen aangaan die liggen buiten de vennootschap. Het was uiteindelijk Cornelis Nicolaas Johannes, geboren 11 januari 1873, een jongere broer van A.M. en D.M. Hioolen, die in 1897 bij het bedrijf kwam en die het werk van zijn vader in Delft voortzette en uitbouwde. Hij was niet alleen directeur toen de firma omgezet werd in een N.V in 1908 en N.V.A. Hillen’s Sigaren- en Tabaksfabriek ging heten, maar hij werd eveneens directeur en later commissaris van de N.V. Andel’s Tabaksindustrie, directeur van de N.V. Ned. Indische Verkoop Maatschappij, directeur van de N.V. Sicoma Sigaretten- Commissie en Agentuurhandel en enige jaren voorzitter van de Kamer van Koophandel. Onder zijn leiding en die van mededirecteur Th. van Ravesteijn, braken de echte gloriejaren aan. De toch al forse panden aan de Pepersteeg werden veel te klein en dus werd een nieuw pand gebouwd langs de spoorlijn Rotterdam – Delft aan de Crommelinlaan.

Fabriek Hillen langs het spoor

Opening nieuwe fabrieken verdere ontwikkeling

Onder architectuur van Jos Th. Cuypers en Jan Stuyt uit Amsterdam werd door de aannemer M. Bakkeren op 12 september 1908 begonnen met de bouw. De fabriek biedt in eerste instantie ruimte aan 500 man personeel maar zou tussen 1920- 1930 aan ruim 650 arbeiders ruimte bieden. De opening was op 6 september 1909. Een prachtig tegeltableau, gemaakt door de Porceleyne Fles in Delft, werd in het trappenhuis onthuld en de nieuwste machines zorgden dat het proces van sigaren maken al gedeeltelijk machinaal kon gebeuren. Hygiëne stond voorop en speciale blikverpakkingen zorgden ervoor dat sigaren een gelangrijk export artikel werden. Een verkoopkantoor in Batavia zorgde voor de distributie daar. Hillen was ook de eerste fabriek in Nederland waar sigaren aan de lopende band gemaakt konden worden. Het slepen met halffabricaten naar andere zalen was er niet meer bij.

Een tweede winkelketen werd opgezet, onder de paraplu van N. V. Andel’s Tabaksindustrie. Meer dan honderd vestigingen, verspreid over heel Nederland, naast de eerder genoemde depots, verkochten naast hun eigen assortiment exclusief Hillen’s sigaren. Kees Hioolen, één van de zonen van C.N.J. Hioolen, had hier de financiële leiding over, nadat hij zijn opleiding bij collega fabrikanten in Engeland en Duitsland genoten had.

De heer C.N.J. Hioolen was niet alleen een actief zakenman, hij onderscheidde zich ook van zijn collega- sigarenfabrikanten door een groot voorstander te zijn van de nieuwe tabakswet. Bestuurlijke functies waren er velen. Vooruitstrevend zoals hij was wilde hij ook van de nieuwste moderne technieken van die tijd gebruik maken. Zo was Hillen een van de eerste bedrijven met een telefoon, en later een telex. Werden de nieuwste en modernste machines uit Engeland en Amerika aangeschaft en was hij constant bezig om het toch vooral handmatige proces van sigaren maken geheel of gedeeltelijk te automatiseren. Hij betaalde in vergelijking met andere sigarenfabrikanten zijn mensen een goed salaris en hoopte daarmee te voorkomen dat sigarenmakers tabak of sigaren uit de fabriek stelden. Een ander voorbeeld van betrokkenheid met het personeel is dat toen Nederland een financieel moeilijke periode kende rond 1918 A. Hillen ƒ 4.000, - extra beschikbaar stelde voor zijn personeel. Elke arbeider kreeg een éénmalige extra uitkering van ƒ 15, -. Was hij gehuwd, dan kreeg hij ƒ 5,-. extra en voor elk kind nog eens ƒ 3, -. Tevens heeft de A. Hillen een groot stuk grond aangekocht van 5 ha. waarop het personeel in de gelegenheid gesteld werd tegen een half jaar contributie van 12 cent per week zaaiproducten te telen..

Fabriek Hillen

Het zakelijk verloop tot 1922

Uit de jaarverslagen van de Kamer van Koophandel vanaf 1892 weten we dat het succes zeer moeizaam tot stand gekomen is. Door de belangrijke Nederlandse inbreng in het toenmalige Nederlands Indie betreffende de tabakscultuur werd Nederland het wereldcentrum van de sigaar. Sigarenfabrieken . In geen ander land werden er zoveel sigaren geproduceerd in rond d 30o0 grote- en kleine sigarenfabrieken. Nergens werd er ook zo veel sigaren gerookt en de wereldhandel van alle tabakken uit Ned. Indie verliep via Amsterdam en wereldwijd werden de typische Hollandse sigaar verkocht. Deze ogenschijnlijk gunstige handelspositie bracht met zich mee dat de concurrentie enorm was. Wisselende oogsten zorgden dat de prijzen regelmatig onder druk stonden. De vele thuiswerkers zorgden voor en oneerlijke concurrentrie in de ogen van de industrie. Vooral Cornelis Hioolen probeerde via de nieuwe tabakswet van 1922 de controle op thuiswerkers aan te scherpen wat pas veel later enigszins lukte. Er volgde ook een tijd at diverse staking onder de sigarenmakers het productieproces danig verstoorde

Hillen bord (kopie).jpg

Het 150-jarig jubileum

Het goede nieuws van 1922 was het feit dat Hillen 150 jaar bestond. De jubileumsigaar “150 jaar Oude en Nieuwe smaak” werd geïntroduceerd en alle Hillen- en Van Andelwinkels waren op 22 en 23 februari gesloten en openden hun winkels weer op 24 februari met een landelijk gelijk ingerichte etalage. Een model hiervan was in de receptiekamer van de fabriek te zien. De Delftse Courant van 23 februari 1922 informeert ons uitvoerig over dit jubileum. Het jubileum viel samen met dat van de directeur de heer C.N.J. Hioolen die namelijk 25 jaar bij de N.V. in dienst was.Vele plichtplegingen vonden plaats en werd door het gehele personeel een beeldengroep aangeboden vervaardigd door professor Odé en diens leerling Etienne.

In de avond een groot feest voor het personeel plaats in de Stads Doelen. Een speciaal voor dit jubileum geschreven revue werd opgevoerd en het koor “Excelsior” – ontstaan uit sigarenmakers - waarvan de heer Hioolen erevoorzitter was, trad op. Tevens werd aan de, later zeer bekende en beminde dirigent van het Rotterdams Filharmonisch Orkest, nl. Eduard Flipse, de opdracht gegeven een feest-cantate voor mannenkoor, sopraan en baritonsolo met pianobegeleiding te schrijven ter ere van het 150 jarig bestaan van de A. Hillen’s sigaren- en tabaksfabriek en het 25 jarig jubileum van den oudsten directeur den heer C.N.J. Hioolen. De tekst was van B. Devilé.

Het zakelijke verloop na 1922

Na de feestvreugde gaven jaarverslagen van 1922 en 1923 aan, dat men zakelijk gezien minder reden tot juichen had. De eerder genoemde problemen hadden een positieve kant, omdat door de stakingen de oude voorraad nagenoeg uitverkocht was. De huisindustrie, getracht aan banden gelegd te worden, nam funeste vormen aan. Alleen al in Delft werden 69 tabaksvergunningen verstrekt, terwijl volgens de regels slechts 6 of 7 sigarenfabrikanten voor deze vergunning in aanmerking kwamen. De anderen werden uitgereikt aan thuiswerkers. De nieuwe accijnswet werkte in praktijk nog niet. Een fabrieksmatig bedrijf werd in een keurslijf gestopt, terwijl de thuiswerkers massaal de accijnswet omzeilden. De Minister van Financiën erkende dat de frauduleuze praktijken geen uitzondering zijn en bereidde de nodige wijzigingen voor. De export, die helemaal stil lag, kwam weer langzaam op gang. In nog geen acht jaar tijd bleek het aantal sigarenmakers landelijk van 15290 in 1916 naar 10423 teruggelopen te zijn.

Als eerste in Nederland laat A. Hillen een aantal geperfectioneerde sigarenmachines in zijn fabriek plaatsen van Amerikaanse makelij. Deze Fresh Work machine werd geproduceerd door de General Cigar Co. te Philadelphia. Deze machines zijn sneller en economischer volgens het huisblad, de “Delftsche Post”. A. Hillen heeft zich tot taak gesteld, dat als men wil overleven met een verbruiksartikel dat in de dagelijkse behoefte voorziet, dan moet men aan de volgende eisen voldoen: een grondige vakkennis hebben, minutieus administratief- en financieel beheer nastreven en een zo volmaakt mogelijke product- en distributieorganisatie opzetten. Op grond van deze ambities vond men dat de aanschaf van meerdere Amerikaanse sigarenmachines gerechtvaardigd was. Men heeft er voorlopig tien besteld. Een nieuw model sigaar, genaamd “Ameropa” (samenvoeging van Ame(rika) en (Eu)ropa) werd op deze nieuwe machine geproduceerd om aan te geven hoe blij men bij A. Hillen is met het Amerikaanse fabricaat. Per machine kunnen 400 sigaren in één uur gemaakt worden en hij werd aangedreven door een elektrische motor van één paardenkracht. Er moest wel een even aantal machines besteld worden omdat er voor zowel de linker- als de rechterzijde van het tabaksblad een aparte machine was.

Hillen reclamespiegel.jpg

Op 20 september 1926 bacht Prins Hendrik een bezoek aan de fabriek wat als een hoogtepunt ervaren werd. De prins liet zich door de directeuren Hioolen en Van Ravesteyn een rondleiding geven door het grote fabriekspand met zijn ruimte en schone zalen en de grote ramen die voor het noodzakelijke licht moesten zorgen, zodat de sigarensorteerders onder optimale omstandigheden hun werk konden doen. Behalve over het vele handwerk was de Prins verbaasd over de moderne machines, welke door dames met witte kapjes op het hoofd werden bediend. Zij leggen voortdurend tabak (het binnengoed) op een brede lopende band. De machine grijpt de juiste hoeveelheid daarvan, een tweede meisje legt het tabaksblad voor het binnenblad op een vorm, waarna het tabaksblad op maat afgesneden wordt. Een derde meisje doet nu hetzelfde met het dekblad. De machine wikkelt het dekblad om het ”bosje” heen en een vierde meisje kijkt de sigaar na en brengt zonodig de finishing touch aan. Na ook de sorteerderij en de perserij bezocht te hebben, liet de Prins zich met zijn adjudant, de twee directeuren en ongeveer 15 personeelsleden met 25 of meer dienstjaren fotograferen voor de ingang van de fabriek.

Het begin van het einde

In 1928 zien we de toestand in het bedrijf gaandeweg verslechteren. Als belangrijkste oorzaak wordt aangegeven de grote lasten, waaronder het bedrijf reeds jaren gebukt ging. Om verbetering in de situatie te brengen, werd de productie verhoogd. Het gevolg was dat men grotere voorraden aan grondstoffen en verwerkte producten in huis had. Daardoor liep de verplichting tot het betalen van de tabaksaccijns op tot ƒ 200.000,-. Dit bracht een nijpend tekort aan kasgelden met zich mee. Het accountantskantoor Morent en Starke werd gevraagd om de mogelijkheden tot liquidatie of reorganisatie te onderzoeken. Dit kantoor achtte het goed mogelijk de zaak voor te zetten, indien een algehele financiële reorganisatie plaats vond, hetgeen gebeurde. Aan schuldeisers werd gevraagd met gedeeltelijke betalingen genoegen te nemen en een nieuwe obligatielening werd uitgeschreven.

In juni 1929 werden in één maand tijd vier vergaderingen met aandeel- en/of obligatiehouders gehouden. Koppen in de krant met de teksten “Reorganisatie-voorstel”, “Het einde nabij?” en “Land in zicht” deden het ergste vermoeden. De voorstellen tot reorganisatie, gedaan door de N.V. algemene administratie- en trustkantoor te Rotterdam, gaan zover dat het bij een obligatiehouder de opmerking ontlokt of liquidatie niet zachtmoediger is, dan bij voortzetting de patiënt zo te laten lijden. Mr. J.v.d. Hoek, als president commissaris, deelt mee dat bij liquidatie van het bedrijf de bestaande voorraden aan sigaren, maar vooral de vele dure blikverpakkingen praktisch waardeloos zijn. Zij kunnen niet verkocht worden. Bij voortzetting echter behouden zij hun waarde. Bezuinigingen zijn reeds ingegaan en hoge lonen worden er niet meer betaald. De heer van Ravesteijn vraagt of de leden van de vergadering doordrongen zijn van het feit dat 250 man de fabriek in stand willen houden, daar zij anders “op straat” komen. Uiteindelijk wordt met 335 stemmen voor, 147 tegen en twee onthoudingen het reorganisatieplan goedgekeurd. Directeur C.N.J. Hioolen neemt ontslag wat hem eervolverleend werd. Het is nog niet duidelijk waarom de heer Hioolen hiertoe gekomen is. Na een bericht in de pers ging het gerucht rond dat de heer Hioolen zich zou moeten onthouden van alle werkzaamheden de fabriek betreffende. Na vragen van de heer De Jong hierover zeggen voorzitter en commissarissen van niets te weten. In 1935 kwam er zelfs een kleine opleving. Nieuwe machines werden gekocht en er werd zelfs nieuw personeel aangetrokken en er werd zelfs een kleine winst geboekt in dat jaar. Op 9 december 1935 werd de heer U.J. Stuut tot directeur benoemd. Toch kon ook hij kon het tij niet keren. De nieuwe machine, bestaande uit drie delen en in één lijn opgesteld, voldeed niet aan de verwachting. De machine leverde niet de kwaliteit van vroeger en de sigaren waren te vast gedraaid waardoor zij niet goed trokken De filiaalhouders die nog overgebleven waren, gingen klagen en vroegen of zij ook andere merken sigaren mochten verkopen. De binnenlandse markt, op dat moment de belangrijkste, ging hard achteruit. De directie vormde geen front. Er waren veel meningsverschillen binnen de directie. Met name de karaktereigenschappen van de 2 directeuren botsten: de goedhartigheid van de heer Van Ravesteijn tegen de eigenzinnigheid van de heer Stuut. Bij de Gemeente Bedrijven Delft, waar de heer Stuut voorheen werkte, was men blij dat hij bij hen weg gegaan was. Hoewel Van Ravesteijn al vele jaren directeur was, was het de nieuwkomer Stuut als mededirecteur, die zijn wil oplegde aan zijn veel ervarene collega. Zijn wil was wet. Hij voerde kostbare veranderingen door die veel geld gekost hebben maar weinig resultaat gaven. Mensen die hem niet aanstonden, werden na vele jaren trouwe dienst ontslagen.

In maart 1937 was het gedaan. De twee directeuren, Van Ravesteijn en Stuut, werden ontslagen. Surseance van betaling werd aangevraagd en in juni 1937 beëindigd, waarna liquidatie volgde. Deze werd op 1 oktober 1948 beëindigd. Als bewaarder van de boeken en bescheiden der geliquideerde vennootschap werd aangewezen de vereffenaar Mr. Dr. J. van den Hoek uit Rotterdam.

Tot slot ook het verhaal van de laatste arbeider. De heer Warnaar schijnt de laatste medewerker te zijn geweest, die samen met de directeuren de poort uitgingen. De laatste weken waren voor hem en de enkele nog overgebleven arbeiders zeer spannend. De werkjasjes waren het zichtbare bewijs of je wel of niet ontslagen was. Wanneer je bij het eindigen van de dagdienst je werkjasje achter moest laten in de garderobe van de fabriek, dan betekende dat het je laatste dag was bij de N.V. A. Hillen’s Sigaren- en Tabaksfabriek. Zonder werkjasje thuiskomen betekende dat je ontslagen en “de sigaar was”.

Na de liquidatie is de fabriek aangekocht door de firma F.W. Braat. Lange tijd zijn er nog kleine bedrijfjes in het pand gehuisvest geweest. In september 1972 is het toen reeds vervallen pand in zijn geheel afgebrand. De kleurrijke, maar rokerige historie van Hillen is derhalve letterlijk “in rook” opgegaan.

deksel sigarenkistje

Samenvatting interviews oud-werknemers van Hillen

Aan vier oud werknemers is gevraagd wat zij zich nog weten te herinneren van hun tijd bij Hillen. De heer J.J. Dahmeijer wist zich het meest te herinneren. Zijn getuigschrift geeft aan dat hij van 15 juli 1930 tot 15 juni 1932 bij Hillen gewerkt heeft als kantoorbediende. Vanwege het vervullen van zijn militaire dienstplicht heeft hij het kantoor bij Hillen verlaten. Zo wist hij een groot aantal medewerkers en leidinggevende personen met hun functies te herinneren. Er waren vijf telefonistes, die ook typewerk verrichtten, Willem Kroon was de jongste bediende en de heer Den Braber de administrateur. Naast directeur de heer Th. van Ravesteijn en de adjunct directeur U.J. Stuut, was de heer Brun hoofdboekhouder en chef de bureau. Mevrouw Hoefakkers was de directiesecretaresse en Mevrouw Roos – Steiger berekende de kostprijzen. De heer Dahmeijer zelf hield het sigarenboek bij. Hij verzorgde het voorraadbeheer en boekte alle ingekomen- en verkochte sigaren. Dit was ook nodig om de afdracht accijnsbelasting te bepalen. Het tellen van de gehele voorraad kostte een gehele dag per maand. Naast de vele namen van de bedrijfsleider, de filiaalbeheerder, de tabakssorteerder, reizigers en de chauffeur, die de bestellingen in een auto met Delftse Post aan weerszijden beschilderd, bij alle filialen in Nederland bracht, wist hij ook te vertellen hoe zuinig met de voorraden werd omgegaan. De zoon van een gedelegeerd lid, de heer Neurdenburg, had de taak om te bezuinigen op de bestellingen van de filiaalhouders. Door deze bezuinigingsactie kwam het wel voor dat filiaalhouders neen moesten verkopen. Een deel van het sigarenassortiment met ondertitel, model en prijs wordt opgenoemd: 10 cent kostte de Gracilis, een knakmodel en voor 8 cent had je een lekkere Vorstenlander. Om een nieuwe administratie op te zetten moest worden overgewerkt. Omdat geen vergunning bij de arbeidsinspectie aangevraagd was of wel aangevraagd, maar niet verkregen werd, moest het stiekem gebeuren. Gordijnen aan de voorkant van het kantoor werden gesloten en om de twee minuten werd er een van de kantoorpersoneelsleden aan de achterkant van het gebouw binnen gelaten. Voor drie uur overwerk werd in 1931 15 cent per avond betaald. Dit stond niet in verhouding met het normale salaris wat men verdiende, maar men durfde geen nee te zeggen, bang om zijn baantje te verliezen.

kwitantie

In de fabriek werkten toen een groot aantal fabrieksarbeidsters uit Schiedam. Bij het uitgaan van de fabriek riepen de straatjongens uit de buurt “ die meiden van Hillen, die hebben van die dikke billen” en ze maakten dat ze wegkwamen. Want wanneer de potige meiden een van de jongens te pakken kregen, wat meerdere keren lukte, dan werden zijn billen ontbloot. Enkele maanden na het vertrek van de heer Dahmeijer werd een boekhoudmachine in gebruik genomen, die een besparing van anderhalve man moest opleveren. Binnen één jaar werd de machine vervangen, omdat hij niet voldeed en men ging weer op het oude systeem over.

De heer Van Eijk werkte al op heel jonge leeftijd bij Hillen. Zijn eerste werk bestond uit het banderolleren van de sigaren. Hij had eerst in een autosloperij gewerkt en daarom viel hem des te meer op hoe schoon alles was. In een langwerpige zaal, waar lange tafels stonden, leek het wel een hotel. Zo keurig en geordend zag alles er uit. Van collega’s leerde hij hoe de bandjes om de sigaar heen gerold werden. Een rechthoekig blokje met aan het uiteinde een opstaand wandje en aan de zijkanten twee opstaande pootjes was het enige instrument. Het bandje werd tegen die pootjes gelegd en daar overheen ging de sigaar. Per duizend gebanderolleerde sigaren kreeg je 81 cent. Van collega’s hoorde hij dat het baantje van chasseur zo geweldig was. Maar ja, daarvoor moest je wel uitgekozen worden. Groot was dan ook de verrassing en de vreugde toen de heer Hioolen op een ochtend langs de tafels liep en een aantal jongens, waaronder de heer Van Eijk, uitkoos en hen opdracht gaf naar beneden te gaan. Hij was toen 16 jaar Naar beneden gaan betekende een uniform passen en aangesteld worden als chasseur. Het was een prachtig uniform. Een R.A.F.- blauw pak, afgezet met gouden biezen en een rode pet, waarop bescheiden de lettertjes Hillen stond vermeld. Onder begeleiding van twee volwassenen ging een groepje van 4 chasseurs met de trein naar de grote steden. Het was hun taak om reclameblaadjes uit te reiken aan uitsluitend vertrekkende reizigers. De twee begeleiders hielden op afstand toezicht van achter een raam van een koffiehuis of kroegje. Als zij hun hand opstaken ging alles goed. Er bleef meestal wel tijd over om, wanneer de blaadjes op waren even de stad in te gaan. Om wat te kunnen eten kregen zij hfl. 1,25 per persoon, wat voor die tijd een mooi bedrag was. Het was zijn mooiste tijd bij Hillen, waar hij nog met veel plezier aan terug denkt. Toen de nieuwe machines werden geïnstalleerd, die een completere sigaar afleverden zoals die van de Delftse Post, ging de kwaliteit hard achteruit. De heer Van Eijk zag de bui al hangen en verliet in 1929 vrijwillig de sigarenfabriek.

Cornelis Dijkshoorn heeft ook bij Hillen gewerkt. De meeste van zijn 42 dienstjaren, vanaf 1896 tot halverwege 1938 werkte hij in de timmerafdeling. Zijn dochter, mevrouw Kruys – Dijkshoorn weet, zich een aantal zaken nog zeer goed te herinneren. De kistjes die Cornelis maakten, waren bestemd voor de exportsigaren. De lange zeereizen naar Nederlands - Indië en verschillende Afrikaanse landen maakten het noodzakelijk dat de houten kistjes met loodpapier bekleed werden. In de begintijd verdiende hij hfl. 26,- per week. Cornelis volgde de heer Etiënne op als portier, zodat de familie Dijkshoorn naar de portierswoning moest verhuizen. Dit was een leuke tijd voor de familie Dijkshoorn. Niet alleen mocht mevrouw Dijkshoorn dagelijks het laatste stukje met de koets van de heer Hioolen meerijden naar het kantoor van de fabriek, maar verrichte haar vader ook verschillende klusjes in het huis van de heer Hioolen en maakte zij met haar zusje de kelder van het huis aan het Oude Delft van de heer Hioolen wel eens schoon. Cornelis verdiende op die manier wat extra en de zusjes kregen voor het werk kleding waar de dochter van Hioolen uitgegroeid was. Bij het veertig - jarig jubileum kreeg Cornelis, naast een extra salaris, ook een gouden horloge en een rookstel uitgereikt. Hij heeft de sluiting van de fabriek nog meegemaakt. Hij moest naar de steun. Omdat zijn beide dochters een inkomen hadden, moest Pa met een uitkering van hfl. 8,- per week zien rond te komen.

Hillen kaart voorkant.jpg
tegeltableau, gemaakt door de Porceleyne Fles in Delft

Leen Dijkshoorn, de zoon van Cornelis, werkte van 1935 tot 1938 bij de sigarenfabriek van Hillen. Hij zat op de inpakafdeling, waar de sigaren werden ingeblikt. Tien grote sigaren voor 20 cent. Er waren speciale bandjes ter gelegenheid van het verlovingsfeest van prinses Juliana en prins Bernard. De indeling van de fabriek ligt hem nog duidelijk voor de geest. De tabak die in de fabriek aankwam, werd eerst gewogen, zodat niet gesmokkeld kon worden. Er mocht niet gerookt worden. Op het dak van het imposante gebouw werd het echter wel stiekem gedaan. Hij weet nog dat de directie elke morgen de sigaren ging keuren. Het vertrek stond dan blauw van de rook. Hij moest ook wel eens het portierswerk van zijn vader overnemen en in de fabriek patrouilleren. Het was best eng om als jonge jongen met een hond in dat grote gebouw in het donker je ronde te moeten doen. Bij de definitieve sluiting van de fabriek moest er geruimd worden. Door het nog aanwezige personeel werden alle sigarenkistjes uit de ramen van het gebouw gegooid. De buurtbewoners waren er als de kippen bij om de kistjes op te rapen en thuis als brandhout te gebruiken.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies