34 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Plattegrond van Delft na de stadsbrand van 1536
: 104871
Gezicht op Delft vanuit het noordwesten langs de Vliet
: 103504
De voorbereiding voor het beleg van 's-Hertogenbosch, 1629
: 105587
: S7242
De verdediging van de Nederlandse maagd
: 106295
: S3496
Caert Figuratief: stadsplattegrond en panorama van Delft
: 105413
Penning op het derde Depotbataljon uit Bergen op Zoom wegens hun verdediging van Delft van 10 tot 14 mei 1940
: 102230
Gezicht op de Paardenmarkt te Delft
: 105497
Delft kort na de ontploffing van het kruithuismagazijn, 12 oktober 1654
: 103289

De verdediging van Delft

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

Inleiding

Kaart Figuratief, stadsplattegrond uit de 1648 van Delft. Door Dirck van Bleyswijck. Bron: Archief Delft

De manier waarop Delft zich heeft verdedigd vanaf het moment dat zij stadsrechten kreeg (1246) heeft een lange historie. Zo is Delft eens belegerd geweest wegens een familieruzie tussen twee adellijke familieleden. Ook het feit dat Willem van Oranje, de vader des vaderlands, in Delft kwam te wonen, had weer invloed op de verdedigingsmiddelen van Delft die toen enorm zijn uitgebreid.
Onder verdedigingswerken verstaan we onder anderen poorten, grachten, wallen, waltorens en extra bolwerken.




Een stukje voorgeschiedenis

1246 was het jaar waarin Delft stadsrechten verkreeg van graaf Willem II van Holland. In die stadsrechten stond onder anderen dat Delft poorterrecht kreeg wat in houdt dat Delft gerechtigd was verdedigingswerken aan te leggen zoals poorten en wallen. De stad was toen nog maar erg klein, maar werd al snel omgeven door grachten, wallen, muren, torens en andere bolwerken. Hierbij werden twee sierlijke poortgebouwen gebouwd.

  • 1 in het noorden (op de plek waar het huidige Noordeinde eindigt)
  • 1 in het zuiden (op de plek waar de huidige Oude Delft eindigt)

De stad heeft echter niet lang gebruik kunnen maken van deze verdedigingswerken. Dit komt door een familieruzie om de macht in het graafschap Holland tussen Graaf Willem V en zijn moeder Gravin Margaretha van Holland. Deze ruzie is de geschiedenis in gegaan als de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Beide kregen ook steun van verschillende groepen in het volk; de Kabeljauwen wilden dat Willem de landsheer zou worden en de Hoeken wilden dat Margaretha aan de macht bleef.
Delft raakte ook betrokken bij deze machtsstrijd. In 1351 werd Willem gehuldigd in Delft, omdat Margaretha uiteindelijk toch haar macht had overgedragen. Maar rond 1359 concentreerden de Kabeljauwse tegenstanders (dus de Hoeken) zich in en rond Delft, waardoor Delft min of meer de Hoekse kant had gekozen.
Als reactie hierop werd Delft voor 10 weken belegerd door de hertog Albrecht van Beieren. Na deze 10 weken gaf Delft zich over (1359) en bij decreet van Albrecht werden alle verdedigingswerken gesloopt.
Op merkwaardige wijze kreeg Delft in 1394 opnieuw poorterrecht. Deze keer zouden de verdedigingswerken nóg beter zijn.

De poorten

Schematische stadsplattegrond met de 8 poorten van Delft. Rechtsboven is het noorden

Toen in 1394 de bouw van de verdedigingswerken begon, waren er plannen gemaakt om in totaal acht poortgebouwen te maken. In de onderstaande stukjes verwijzen de nummers voor het artikel naar het nummer op het kaartje links.

Haagse Poort (1) en Wateringse Poort (2)

De Haagse Poort (links) en de Wateringse Poort (rechts), rond de 16e eeuw

Deze twee poorten lagen dicht bij elkaar aan de noordoostkant van de stad. De poorten hebben hun naam te danken aan het feit dat de een toegang verschaft tot de weg naar ’s Gravenhage (Den-Haag) en de ander tot de weg naar Wateringen. De Haagse Poort werd ook wel Noordpoort (vanwege de ligging) genoemd en de Wateringse Poort ook wel Wateringhe Poort.
Beide Poorten lagen vlak naast elkaar en de Wateringse Poort had al snel haar functie verloren. Dit kwam door de bouw van een brug tussen beiden poorten en de aanleg van extra verdedigingswerken rond de poorten. De poorten hadden beiden een ophaalbrug en een versterkt poorthuis, waarvandaan soldaten tijdens een belegering het vuur konden openen tegen de vijand. De poort was natuurlijk ook voorzien van poortdeuren.
Op de tekening hiernaast is te zien dat de Wateringse Poort haar functie al heeft verloren. Rond 1829 zijn beide poorten gesloopt om het reizen makkelijker te maken vanaf die kant van de stad.

Schoolpoort (3)

De Schoolpoort met ophaalbrug, rond de 17e eeuw

De Schoolpoort behoorde tot een van de kleinere poorten in Delft. De poort is vernoemd naar de Latijnse school waar ook Hugo de Groot op school heeft gezeten. Kenmerkend aan de poort was ook dat er boven de poort een beeld zou hebben gehangen van een scholier. De schoolpoort was een vrij eenvoudige poort, zonder al te veel versieringen en extra bolwerken. De poort stak bijvoorbeeld maar net boven de wal uit.
De poort heeft blijkbaar ook een rijke geschiedenis, omdat verschillende geschiedschrijvers beweren dat tijdens de inquisitie, mensen om hun geloof, ’s morgens vroeg, in zakken vanaf de toren in de gracht werden gegooid. Omdat er bij de poort geen aansluitende weg was, kwam je in het weiland terecht als je de poort uitliep, over de ophaalbrug.
Op 16 april 1829 begon de afbraak van deze poort (het was de eerste poort die afgebroken werd). Het moest de toegankelijkheid van de stad verbeteren. De poort is voor afbraak verkocht voor f 625,33

Waterslootsepoort (4)

De Waterslootsepoort met extra bolwerk, rond de 17e eeuw

‘De capitaelste Poort van gansch Nederlandt’ zoals men toen over deze poort sprak. Het was een zeer groot en mooi gebouw, nergens anders te vinden in de wijde omgeving. Bijnamen van de poort waren o.a. Maaslandse Poort, Westlandse Poort, Sint Jorispoort, Delflandse Poort.

Bolwerk van deze poort; Kaart figuratief

De Hoge Vierschaar (dit is de rechtbank die rechtsprak in het gebied Delfland en omstreken) was gezeteld in deze poort. De poort is vernoemd naar de Binnenwatersloot, een straat (en gracht) in de huidige binnenstad.
De poort bestond uit twee grote torens en stak ver boven de wal uit. De poort was mooi versierd met o.a. drie sierlijke schoorstenen, gevels die versierd waren met uitgehouwen leeuwen, griffioenen en andere (fabelachtige) dieren die wapenschilden vasthielden. Ook was het wapen van het Hoogheemraadschap aanwezig. Deze poort beschikte ook nog over extra bollewercken. Deze maakten het extra moeilijk om de stad binnen te komen via deze poort, omdat je eerst een eiland in de gracht moest betreden (via een ophaalbrug) om bij de ophaalbrug te komen van de poort.
De poort is in 1847 voor afbraak verkocht voor f 3000,-- en een paar jaar hierna gesloopt.

Schiedamse Poort (5) en Rotterdamse Poort (6)

De Schiedamse (links) en Rotterdamse Poort (rechts). Gedeelte uit Gezicht op Delft door Johannes Vermeer

Ook de Schiedamse en Rotterdamse poort hebben naast elkaar gelegen. De namen duiden uiteraard op de weg die de poort verbindt met een andere stad. De Schiedamse Poort, ook wel Ketelpoort, Zuidpoort, of Zuut Poorthuys genaamd heeft tijdens de 80-jarige Oorlog een bolwerk gekregen. In 1614 is dit bolwerk weggehaald en uitgegraven tot een brede kolk. Hier konden schepen in de gracht aanleggen of keren. De Schiedamse Poort is in 1836 voor afbraak verkocht voor f 1900,-- om daarna gesloopt te worden.

Het uitgegraven bolwerk; Kaart figuratief

De Rotterdamse poort, of ook wel Sint Jacobspoort, Witte Vrouwenpoort en Scheepmakerspoort genoemd, had als kenmerk de twee achthoekige torens aan de voorpoort. Deze poort verbond Delft met Rotterdam (Rotterdam had een poort genaamd de Delftsche Poort).
Kenmerkend aan de poort is het beeld van een krijgsman, dat misschien op Alva slaat. Deze poort was tevens de vergaderplaats van de rederijkers.
Hiernaast ziet u het uitgegraven bolwerk van bovenaf gezien op de Caerte figuratyff. In de bovenste cirkel ligt de Rotterdamse Poort. In de onderste cirkel ligt de Schiedamse Poort.
De Rotterdamse Poort is in 1834 voor afbraak verkocht voor f 1075,-- om in latere tijd gesloopt te worden, om zo de verbindingen met het zuiden te verbeteren.

De Oostpoort (7)

De Oostpoort met extra bolwerk, rond de 16e eeuw

De Oostpoort is tegenwoordig de bekendste (overgebleven) poort in Delft. Verderop in het artikel volgt meer over de overblijfselen.
De Oostpoort heeft zijn naam te danken aan de ligging: in het noordoosten. De naam van de poort werd soms verbasterd door de snelle uitspraak: d’Oostpoort werd al snel Doospoort. Ook werd de Oostpoort wel Sint Catrijnepoort genoemd. Er zou namelijk in de nis, boven de ingang, een beeld hebben gehangen van Sint Catrijne.

Het bolwerk van de Oostpoort rond de 17e eeuw; Kaart figuratief

Opmerkelijk is, dat in 1394, toen Delft opnieuw poorterecht kreeg, er al een deel van de Oostpoort gebouwd was. Hij hoefde dus na 1394 alleen maar afgebouwd te worden.
Ook deze poort kreeg een extra bollewerck met zeer hoge muren, waardoor het tijdens een belegering heel lastig werd om de stad binnen te komen. Het bolwerk werd in 1765 gesloopt. De Oostpoort was kenmerkend door de twee torens aan weerszijden van de poort. De poort was voorzien van bolwerk (zie hierboven en -naast) met een ophaalbrug van het bolwerk naar het vaste land. De poort was voorzien van sterke poortdeuren en schietgleuven voor de soldaten. Ook was het bolwerk in een bochtvorm gemaakt. Daardoor werd het extra moeilijk om met veel manschappen de poortdeuren te bereiken. Ook rondom de Oostpoort waren veel verdedigingswerken aangelegd. Er was in de richting van het Oosteinde een weergang gebouwd, een houten stelling met schuttersgaten voor de soldaten. Het was dus vrijwel onmogelijk om deze poort in te nemen zonder zeer zwaar geschut in te zetten.
Het is tevens de enige poort die op dit moment nog in Delft staat (uiteraard zonder het bolwerk).

Koepoort (8)

Koepoort met stadsdrogerij (= toren) op de achtergrond rond de 17e eeuw

De laatste van de acht poorten is de Koepoort. Op marktdagen werden de grote kuddes koeien de stad binnengebracht via deze poort. Waarschijnlijk stonden er ook veel koeien in de weilanden achter de Koepoort; er was geen weg die de Koepoort verbond met een andere stad.
Men mag de Koepoortbrug niet verwarren met de Koepoort! De Koepoort stond namelijk ergens aan het eind van de tegenwoordige Vlamingstraat.
De Koepoort was ook een vrij eenvoudige poort met een ophaalbrug (hij kwam maar net boven de wal uit). De poort was niet versierd en de stadsdrogerij erachter maakte het uitzicht op deze poort niet beter.
In 1861 werd besloten de poort te slopen, zodat de er uitbreiding van de stad kon plaatsvinden.

Doel van de poorten

Ordonnantie: De aanhef van de verordening Sluiten van de Poorten

De poorten waren gebouwd om de stad te beschermen. Het waren in- en uitgangen die geblokkeerd konden worden. Dit gebeurde ook ’s avonds. Slechts tegen een (hoge) betaling was het mogelijk om de stad nog te betreden. In een proclamatie over het sluiten van de poorten in Delft staat het volgende:

  • De poorten moesten ’s avonds gesloten worden. De vroegste tijd was rond 5 uur ’s middags, de laatste tijd rond 9 uur ’s avonds (i.v.m. lange zomerdagen en korte winterdagen).
  • Je kon buiten deze tijden toch naar binnen, maar wel tegen betaling. (tot 10 uur).
  • Na 10 uur ’s avonds kon je alleen naar binnen met speciale toestemming.

Er was altijd een portier aanwezig in het poorthuis die ook woonde in de poort. Forensen die laat de stad binnenkwamen konden aparte regelingen treffen met de portier. De ene portier was alleen wel duurder dan de andere portier…
In oorlogstijden waren er ook veel soldaten aanwezig in en rond de poorten die samen met de portier de wacht hielden. Omdat men bij iedere poort over minstens één ophaalbrug moest (en soms twee bij een extra bolwerk) en daarna nog door de poort zelf moest, was het vrijwel onmogelijk om de stad via de poorten in te nemen.

Waltorens

Rond 1445 was het ook nodig om waltorens te bouwen, om goed over het gebied rond Delft te kunnen kijken. Op 12 april 1449 gaf Albrecht toestemming. Echter door de hoge kosten werd het werk geremd.
In 1514 bleek dat nog 16 torens, 800 roeden muur (ongeveer 15 m²-30 m² per roede) en 2 poorten, namelijk de Oostpoort en de Wateringsepoort, (af)gebouwd moesten worden.

Kosten

De bouw van één toren kostte ongeveer 1000 Hollandse pond en van één poort ongeveer 8000 Hollandse pond. Inclusief de muren kostte het totaal 36.800 Hollandse pond.
De uitgaven jaarlijks hieraan waren slechts 2000 Hollandse ponden, dus voor 1532 zou de bouw nog niet gereed zijn.
Ter bewaking van de torens werden gilden aangewezen. In 1773 besloten de burgemeesters van Delft om de torens aan de stadsvesten, die gratis of goedkoop werden bewoond, niet meer te repareren en na verhuizing of overlijden van de bewoners de panden voor afbraak te verkopen.
Alle torens vanaf de Waterslootse Poort naar het zuiden:

  • Zeelandsetoren
  • Hollandsetoren
  • Bourgondischetoren
  • Henegouwsetoren
  • Oostenrijkse/Keitoren
  • Sint Sebastiaanstoren
  • Sint Agniete toren
  • Oost/Wintertoren
  • Hopsteegsetoren
  • Rietveldsetoren
  • Sint Joristoren
  • Sint Huybrechtstoren
  • Sint Claratoren
  • Sint Annatoren
  • Sint Stevenstoren
  • Sint Andriestoren
  • Heltoren
  • Sint Hyppolitustoren
  • Bagijnetoren
  • Sint Jeronimustoren
  • Sint Michielstoren.

De meeste torens werden genoemd naar het gilde dat bij de toren zat of naar de plaats waar de toren stond.

Het Kruithuis

Ontploffing van het Kruithuis, door Jan Luiken. Bron: Archief Delft

Het oude Kruithuis was eigenlijk meer een kruitkelder, omdat het maar een paar meter boven de grond uitstak. Het Kruithuis bevond zich tussen de Geerweg en de Doelenstraat de huidige Paardenmarkt.
Op maandagochtend 12 oktober in 1654 om ongeveer kwart over tien ’s ochtends explodeerde het Kruithuis. Er explodeerde ruim 80.000 pond buskruit. Door de explosie was er op de plek van het Kruithuis een krater ontstaan van zo’n 15 à 16 voet. De knal was zelfs op Texel te horen. Zij die het eerst op de plaats des onheils kwamen, konden ‘sonder krimping des gemoets en smelting des herte ’t selve niet (…) besichtigen’. Ongeveer de helft van Delft lag in puin. De oorzaak van de explosie is niet bekend, maar het is mogelijk dat Cornelis Soelens, die toentertijd de beheerder van het Kruithuis was, een kaars heeft aangestoken waardoor het kruit explodeerde.

“Generale ofte algemene gronden”, Ontwerptekeningen nieuwe Kruithuis door Pieter Jansz. Post. Bron: Archief Delft

Er werden al snel nieuwe plannen gemaakt door het gewest Holland (in oktober 1654) en door de Staten-Generaal (in november 1655) om binnen de stadswallen nieuwe kruitmagazijnen in te richten. De Delftenaren waren hier helemaal niet blij mee en wilden het kruitmagazijn zo ver mogelijk uit de stad hebben. In mei 1658 raakte het Haagse geduld op en moesten er voorstellen komen. In januari 1659 kwamen de beide partijen tot een overeenstemming. Het ging om een perceel land, het Lage Abtwoudse (of de Papsouwse polder) westelijk van de Schie op een kanonschot afstand ten zuiden van de stad. Het nieuwe stuk grond was 968 roede (1 roede is ongeveer 14 m²) groot en kostte 3226 guldens, 13 stuivers en 6 penningen.
In januari 1659 werd aan Pieter Post gevraagd of hij het grondplan wilde maken. Pieter Post werd gekozen, omdat hij een goede reputatie had als architect. In de 2e helft van april 1659 was het bestek al gereed en op 8 juli werd de eerste steen gelegd. Op 19 augustus 1661 werd het werk opgeleverd en goedgekeurd.

Het gebruik en de veranderingen van het Kruithuis

17e en 18e eeuw

In het pak- en kuiphuis werd het kruid gewogen en verpakt. In het granaathuis werd los buskruit bewaard en werd een grote hoeveelheid tuig (allerlei wapens die mensen van het leven kunnen beroven) opgeslagen. Hieronder werden verstaan alle geprepareerde vuurwerken zoals bommen, houwitsergranaten, handgranaten, grote en kleine brandkogels, springtonnen (met piktouw omwonden en gevuld met 30 à 40 handgranaten) en stincktonnen (voor stank).

19e eeuw

In het ten zuiden gelegen deel van de frontmuur werd een afsluitbare poort gemaakt, waardoor karren via een keienpad bij het pak- en kuiphuis konden komen. Kennelijk verliep het transport van oorlogstuig niet meer alleen over water, maar ook steeds vaker over land. Daarbij is een houten afdak tegen de oostgevel van het pak- en kuiphuis geplaatst, zodat het wapentuig dat op de karren moest ook bij regen alvast buiten gezet kon worden.

20e eeuw

Foto restauratie Kruithuis, door: K.G. Spiero (Erfgoed Delft). Bron: Archief Delft

In 1906 besloot het Ministerie van defensie achter het pak- en kuiphuis een bakstenen opslagloods te plaatsen. In 1910 kwam er in de Noordoostelijke hoek van het terrein een bescheiden beheerderswoning te staan. Na de tweede wereldoorlog verloor het Kruithuis zijn oorspronkelijke bestemming. In de begin jaren 60 werd de gemeente Delft eigenaar van het complex en werd het verhuurd aan een studentenroeivereniging en aan een scouting.
Begin jaren 90 bleken veel onderdelen versleten te zijn. Daarom werd in 1998 en 1999 een restauratie verricht. De beschadigde onderdelen werden hersteld of vervangen.


De overblijfselen

Jammer genoeg zijn er zeer weinig overblijfselen van alle verdedigingswerken. De meeste zijn gesloopt vanwege uitbreidingen van de stad en omdat mensen geen nut meer zagen in de verdedigingswerken. Er staat nog één poort en drie waltorens te weten

  • Oostpoort
  • Bagijnetoren
  • Rietveldsetoren
  • Sint Huybrechtstoren

De Oostpoort

De Oostpoort in 2012, door Pieter Haringsma

De Oostpoort is de enige poort die is overgebleven. Hij verkeerd nog in een vrij originele staat, zonder het bolwerk.
De Oostpoort is nog steeds een toeristische attractie en zelfs een nabijgelegen school, de Oostpoortschool, is naar deze poort vernoemd. Het stuk water ervoor is nog steeds deels de originele stadsgracht.




Bagijnetoren

De Bagijnetoren in 2010, maker onbekend

De Bagijnetoren was één van de zestien waltorens. De waltoren staat vlakbij de bekende molen, molen De Roos, die ook op de stadsmuur heeft gestaan. De Bagijnetoren heeft gedurende lange tijd als woning gefunctioneerd, nadat deze buiten dienst werd genomen. De toren is enige tijd geleden verplaatst en weer teruggezet, wegens werkzaamheden aan de Delftse spoorzone.
De toren stond met de rugzijde aan de wal, waardoor deze dus aan de buitenkant uitstak en daardoor goed te zien was. Waar nu de huidige Phoenixstraat (aan de viaductkant) loopt, was vroeger de stadsgracht.

De Rietveldsetoren

De Rietveldsetoren in 2007, maker onbekend

De Rietveldsetoren is een waltoren die ter verdediging is gebouwd, maar nooit daadwerkelijk daarvoor is gebruikt. Ook de Rietveldsetoren heeft snel de functie als woonhuis gekregen en heeft die nog steeds. De Rietveldsetoren is ooit nog korenmolen geweest, daarna verschillende keren gekocht en weer verkocht om daarna Tapperij en Slijterij te worden. Hierna is de toren nog even een studentenhuis geweest en er heeft daarna ook een kantoortje gezeten. Tegenwoordig, na de restauratie in 2008, is de toren weer in gebruik als woonhuis. De toren beschikt nu over veel meer ramen dan (men denkt dat deze heeft gehad) in de eerste eeuwen van haar bestaan. Helaas zijn er geen bronnen uit die tijd die dat kunnen bevestigen.



De Sint Huybrechtstoren

De Sint Huybrechtstoren in 2009, maker PRODEO

De Sint Huybrechtstoren is vernoemd naar de patroonheilige Sint Hubertus. De toren is tegenwoordig in gebruik bij de roeivereniging DDS en heeft een klein beetje bebouwing eromheen gekregen. Dit is echter niet de originele bebouwing.





Literatuur en bronnen

Het Generaliteits Kruitmagazijn aan de Schie bij Delft “Het Kruithuis” (boek) door: Drs R.G. De Neve, G.A. Verschuure en J.C. van Dongen.
Delftsche Courant, zaterdag 22 januari 2000(krant)
'Brandkoegels, stinckpotten en bomben': de geschiedenis van het Kruithuis door: Roel de Neve
Delftsche Courant, 9 april 1949
"De Delftse waltorens" door Pieter Cornelis Visser
Foto restauratie Kruithuis door K.G. (Kees) Spiero (Erfgoed Delft) Bron: Archief Delft
Foto ontploffen Kruithuis door Jan Luyken. Bron: Archief Delft
"GENERALE OFTE ALGEMENE GRONDEN" (Ontwerptekeningen nieuwe Kruithuis) door Pieter Jansz. Post. Bron: Archief Delft
Tekeningen + illustraties stadspoorten (zonder kenmerk of bron aangegeven) door W. van der Lely en C. van de Dijkgraaf.
Bron informatie poorten/voorgeschiedenis: De Delftse Poorthistorie, A.P.A. Van Dalen. Plaatsing Archief Delft: 718.3 SISO;938.2 SISO;B-STU-203b-DAA standplaats;GAD2.11971
Verdere bronnen: Dirck Van Bleyswyck's Beschryvinge der Stadt Delft & de Caerte figuratyff 1648 (Kaart Figuratief 1648) door Dirck Van Bleyswyck.
Afbeeldingen uit Caerte figuratyff 1648: Archief Delft

© 2012, Christelijk Lyceum Delft. Door Y.M.G. Rodenburg en L. Loomans

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies