3 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
De geschiedenis van de Delftse tabaksnijverheid en de historie van de oudste sigarenfabriek A. Hillen
: R27440
De geschiedenis van de Delftse tabaksnijverheid en de historie van de oudste sigarenfabriek A. Hillen
: R61558
gedenkschotel 150 jaar bestaan A. Hillen's Sigaren- en Tabaksfabrieken
: 105158

Delftse tabaksfabrieken

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

N.V. Andel’s tabaksindustrie

Pand H. van Andel.jpg

gevestigd aan de Van Leeuwenhoeksingel en later aan de Crommelinlaan. Het doel was het verwerken van en handel drijven in tabak en aanverwante artikelen. De N.V. maakte onderdeel uit van A. Hillen en bouwde een netwerk op van meer van honderd sigarenwinkels door heel Nederland. Voor zover bekend zijn zij de eerste franchise-formule in het land waarvan de Ch.A.M. Wilmer en Zn. aan de Wijnhaven in Delft een van de eerste was en ook nog de enige is die tot op de dag van vandaag bestaat en waarvan tevens het oorspronkelijke interieur nog intact is.



Fabriek van luxe sigaretten en tabakken A.N. Bogdanoff en Compagnie

in de Breestraat, opgericht op 15 januari 1931. Deze vormde een vennootschap met Chapchal Frères uit Delft en de Compagnie Internationale pour l’Industrie du Tabac Société Anonyme te Antwerpen.

N.V. Sigaretten en Tabaksfabriek Chapchal Frères

Chapcal Freres etiket.jpg
Etiket Wolga Chapcal Freres.jpg

in de Breestraat. Bij de oprichting in 1921 waren betrokken Jacques Appak, koopman, wonende te Parijs en Rus van geboorte en Hendrik Swarttouw uit Delft. De Raad van Bestuur bestond, naast de al eerder genoemde J. Appak, uit H. Ettinger, V. Gordon en B. Katlama, allen Russen van geboorte. De vennootschap had tot doel het bewerken van tabak en de handel in sigaretten, tabak en aanverwante artikelen, zowel in het groot als in het klein en het deelnemen in dergelijke ondernemingen.
In het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Delft kunnen we lezen dat Willem George Hasper in december 1940 als 'Verwalter' werd aangesteld. W.G. Hasper kreeg daarmee de dagelijkse leiding over het bedrijf. Alle officiële documenten bijvoorbeeld betreffende de aanstelling van een nieuwe bedrijfsleider, een ontslagen procuratiehouder, zoals die van L.G. Swarttouw en later E. Maso of wijzigingen van de statuten in de Nederlandse Staatscourant, werden door hem ondertekend.
Bij beschikking van 17 juni 1942 werd de aanstelling van de heer W.G. Hasper, als 'Verwalter' der firma op grond van de verordening voor de behandeling van vijandelijk vermogen d.d. 24 juni 1940, opgeheven. De heer W.G. Hasper werd op 17 juni 1942 door de 'Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft' benoemd tot 'Treuhänder' der firma met dezelfde rechten, die hem als 'Verwalter' der firma waren toegekend. Op 2 februari 1943 werd Herrn J. Lebzind uit Bentheim als 'Verwaltungstreuhänder' aangesteld. Na de bevrijding werd de statutenwijziging van 23 februari 1942 ongeldig verklaard en werd die van 21 maart 1921 weer van kracht. De N.V. heeft tot 1954 bestaan.

G.M. en H.A. Dersjant

tabaks- en sigarenhandelaren in de Jacob Gerritstraat en op de Hertog Govertkade. Zij bezaten meerdere panden in Delft en waren actief tussen 1885 en 1905.

T. Drayer

Pand T. Drayer

Tabakshandelaar.
Was in 1850 lid van het kiescollege van de Gemeente Delft.




N.V. Electrische Koffiebranderij 'Het Anker'

Gussenhoven.jpg

voorheen J.H. Drayer, tabaks- en sigarenfabriek, gevestigd aan de Oude Delft 68. De statuten, opgemaakt op 20 januari 1921 en in de Nederlandsche Staatscourant gepubliceerd op 28 november 1921, vermelden dat de Naamloze Vennootschap wordt vertegenwoordigd door de directeur Herman Cornelis Kluck, koopman en wonende te Delft en de commissarissen Antoon Johan Kluck, wonende te Den Haag en Hendrikus Johannes Kluck wonende te Apeldoorn. Haar doel is de handel in koffie, thee, sigaren, sigaretten en het drijven van een tabaks- en sigarenfabriek. Het kapitaal van de vennootschap bedraagt ƒ50.000, verdeeld in vijftig aandelen van elk groot ƒ1.000. H.C. Kluck bezit dertig aandelen welke zijn volgstort door zijn inbreng van de verschillende bezittingen. Zo brengt hij in een herenhuis met koffiebranderij en erf, gelegen aan de oostzijde van de Oude Delft, een pakhuis en erf gelegen aan de Phoenixstraat no. 14 en percelen waarin de filialen Oude Langendijk no. 1 en de Brabantse Turfmarkt no. 84 gevestigd zijn, inclusief inventaris en een voorraad goederen. Acht en twintig maart 1922 wordt de zaak gevestigd aan de Oude Langendijk no. 1.
In bovengenoemde statuten staat tevens dat men de beoogde duur van dertig jaar hoopt aan te kunnen gaan. Op 1 januari 1923 wordt de handelszaak echter opgeheven en treedt H.C. Kluck als vereffenaar op.

C.E. Jedeloo

handelaar in ruwe tabak, gevestigd Oude Langendijk 23. Cornelis Egbertus Jedeloo werd op 20 februari 1863 geboren te Delft en woonde op de Binnenwatersloot no. 16.
Op 17 september 1886 wordt hem toestemming verleend tot het plaatsen van een eest (droogvloer). Deze mag niet eerder in gebruik genomen worden alvorens B&W hun goedkeuring hebben gegeven.
Per 21 december 1924 is de handelszaak opgeheven.

J.R. Jedeloo

sigarenfabrikant aan de Binnenwatersloot no. 29. Vraagt op 8 juni 1886 aan B&W vergunning om een sigarenfabriek te bouwen aan de Smitsteeg 9. Hij werd in 1905 penningmeester van bestuur van het Verbond van Nederlandse Sigarenfabrikanten - Verenigingen afd. Delft en later ook van de afd. Zuid- Holland.

N.V. Sigarenfabriek v/h Voorhoeve & van Ravesteijn

Crommelinlaan 81. Statutair is deze N.V. ingeschreven in Leiden, voortkomend uit bovengenoemde N.V. die in 1908 zijn statuten (Nederlandsche Staatscourant 21 januari 1908) gedeponeerd heeft. Willem van Ravesteyn bezat als sigarenfabrikant 24 van de 40 aandelen. Theodoor van Ravesteyn bezat 1 aandeel.
Deze Theodoor van Ravesteyn, directeur van Andel’s Tabakindustrie, van N.V. Sicoma en A. Hillen’s sigaren- en tabaksfabriek schreef op 12 november 1934 bij de Kamer van Koophandel in Delft, onder bovengenoemde naam een ledige vennootschap in.
Medebestuurders en commissarissen bestonden uit precies dezelfde samenstelling als die de N.V. A. Hillen’s sigaren en tabaksfabriek. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg ƒ100.000 waarvan ƒ40.000 geplaatst en gestort.

N.V. Ned. Indische A. Hillen’s Verkoop Maatschappij

Hillen fabriek 2.jpg

gevestigd aan de Crommelinlaan 81 te Delft met tevens een kantoor in Batavia te Indonesië. De N.V. is opgericht op 25 juni 1915 met als directeur C.N.J. Hioolen. Doel: het drijven van handel in Nederlands Indië in de producten der N.V. Hillen’s Sigaren en Tabaksfabriek, alsmede in zodanige andere artikelen als het bestuur zal voorstellen, met alles wat daarmee verband houdt. Maatschappelijk kapitaal ƒ500.000, waarvan ƒ400.000 geplaatst en gestort. Op 15 december 1926 in liquidatie getreden.

J.A. van Schaik en P.L.F. van Schaik

beiden sigarenfabrikant met fabrieken en magazijnen aan de Phoenixstraat 11 en 14 en op de Voorstraat en het Noordeinde. Het eerst gevonden consent werd in 1868 verleend aan P.L.F. van Schaik tot het verbouwen van zijn sigarenfabriek aan de Westvest. De gebroeders van Schaik kopen op 24 augustus 1878 van C.L. van Schaik een stuk grond met daarop een sigarenfabriek en werkplaats aan de Phoenixstraat.
In een akte van scheiding van onroerende goederen bij notaris P.Post Uiterweer van 2 januari 1891 wordt het gezamenlijk bezit voor ƒ11.750 overgedaan aan P.L.F. van Schaik. Het betreft een herenhuis met binnenplaats en erve en grote tuin aan het Oude Delft 139 en 139a en open grond met pakhuis en fabrieksgebouw aan de Phoenixstraat no. 14 en 16.
De latere firma R.H. van Schaik en Zn. bestond uit koopmannen in koffie en had een koffiebranderij aan de Brabantse Turfmarkt.

C. Schilte

eerste consenten en processen zijn bekend uit 1843. Cornelis Schilte had zijn tabaks- en sigarenfabriek, en zijn handel in het groot en klein van snuif, koffie en thee, in de 'St. Jacob Gerritsestraat over de Spiegelbrug, wijk 3 no. 156'. Zelf woonde hij op de Burgwal. Hij kocht wei- en hooilanden in de Krakeelpolder en pakhuizen in de Kromstraat. Op 7 mei 1861 wordt aan Gerrit Schilte, tabakshandelaar, toestemming verleend tot het doen plaatsen van een eest, voor het drogen van tabak in een van de boven vertrekken van zijn huis aan de Jacob Gerritstraat. Het moest wel gebeuren onder het toezicht van de brandmeester van wijk 3. Cornelis overleed op 12 augustus 1899.

Schilte.jpg
verpakking

M.M. Schilte zette de fabriek voort en liet deze in 1885 aan de Kromstraat met de no’s 11, 13 en 15 verbouwen. Namens B&W geeft een speciale commissie op 9 maart 1885 hiervoor toestemming.
Onder de handelsnaam, C. Schilte en Co. is de fabriek vooral bekend geworden als tabakskerverij en fabriek in sigaren, snuif, koffie en thee. Op 02 augustus 1883 werd een octrooiaanvraag gehonoreerd door de rechtbank van Den Haag voor het handelsmerk 'Het Scheepje'.
Petrus Josephus Schilte, geboren op 9 januari 1884 en Henricus Johannes Schilte, beiden zonen van Cornelis, zetten de zaak voort. De winkel, waar de verkoop voor het publiek plaatsvond, was aan de Brabantse Turfmarkt 95. Volgens een bijlage in de Nederlandse Staatscourant van 16 juli 1937 vond een omzetting in een naamloze vennootschap plaats.
Mevrouw A.E.M. Limbach, oud werkneemster op kantoor bij de firma C. Schilte weet zich nog te herinneren dat in de Tweede Wereldoorlog menig onderduiker geholpen werd. Er was heel moeilijk om aan grondstoffen te komen. Sociaal bewogen als de familie Schilte was werden personeelsleden en hun familie in de oorlog voorzien van koffie, thee of tabak. In deze moeilijke tijd werd zelfs het salaris aan zieke werknemers volledig doorbetaald. Toen mevrouw Limbach na 1949 ander werk vond, was het Pieter Schilte die nog vaak naar haar gezondheid en haar nieuwe baan bleef informeren.
Na de oorlog ging het weer beter met de verkoop. Er werd meer personeel aangenomen en onder leiding van Frits Schilte, hoofd verkoop, en onder andere de vertegenwoordigers Piet Kneteman en Jan de Roon, vond de verkoop van koffie en thee veel aftrek bij winkeliers en de horeca. De zaak heeft tot in de jaren zestig bestaan.

C.A. Schilte

handel in ruwe tabak sinds 1919 en gevestigd op de Spoorsingel 31. Eigenaar: Cornelis Andreas Schilte, geboren op 28 september 1888. Per 1921 wordt Lambertus Maximiliaan 1 september 1888 voor 35 % mede-eigenaar. L. M. Schilte treedt per januari 1923 weer uit. De zaak wordt per 1 januari 1938 opgeheven.

Sigarenfabriek l’Union

gedreven door Maximiliaan Mattheus Schilte, was gevestigd aan de Phoenixstraat 22. De oprichtingsdatum van 1840, vermeld op een aquarel door Karel Cramer vervaardigd en in 1901 aangeboden aan prins Hendrik heeft betrekking op de sigarenfabriek van Cornelis Schilte. Na het overlijden van Cornelis, toen de kinderen P.J. en H.J. Schilte nog minderjarig waren, heeft Maximiliaan Schilte de zaak geleid en heeft hij de verbouwing in de Kromstraat gerealiseerd. Daarna is hij alleen 'in de sigaren' doorgegaan.

N.V. 'Sicoma' N.V. Sigaretten Commissie en Agentuurhandel

Crommelinlaan 81. In de statuten van 1 augustus 1919 Nederlandse Staatcourant no. 191 wordt als doel van de NV vermeld: 'het waarnemen van agenturen en commissiehandel in sigaretten, sigaren en tabak; voorts ook wanneer commissarissen daartoe mochten besluiten, de vervaardiging van en den eigen handel in genoemde artikelen en alles wat met dit een en ander in de ruimste zin verband houdt.'
Het maatschappelijk kapitaal bedraagt ƒ250.000 waarvan geplaatst en volgestort ƒ100.000.
Jacobus Pieter Wagtman wordt de eerste directeur. Hij wordt opgevolgd door C.N.J. Hioolen die in 1930 het directeurschap overdoet aan Th. van Ravesteyn. U.J. Stuut wordt dan adjunct-directeur. In 1934 worden de heren J.J. Neurdenburg en J.v.d. Hoek commissaris.
De liquidatie is op 1 oktober 1948 beëindigd. Als bewaarder van de boeken en bescheiden der geliquideerde vennootschap is aangewezen de vereffenaar mr. dr. J. v.d. Hoek.

G. van der Spek’s Tabaks- en sigarenfabriek

Op oude reclameplaten en verpakkingen wordt als oprichtingsdatum 1803 vermeld. Het duurt echter tot 31 oktober 1871 wanneer we dan in de Delftse Courant lezen dat J.L. Buijteweg per 1 november 1871 zijn handel in koffie, thee, tabak, sigaren enz. overdoet aan de heer A. Verbeek en hij Delft gaat verlaten. Hij heeft de eer bij dezen zijnen geëerde begunstigers zijn dank te betuigen voor het veeljarig en onafgebroken vertrouwen, dat hij van hen heeft genoten en tevens zijnen genoemden opvolger in datzelfde vertrouwen aan te bevelen, niet twijfelende of deze zal daaraan volkomen beantwoorden. In gelijke bewoordingen hoopt A. Verbeek het in hem gestelde vertrouwen waardig te blijven. Na zijn overlijden is het de weduwe, Mevrouw A. Verbeek-Van den Akker, die op 8 juli 1874 in een advertentie in de Delftse Courant Gerrit van der Spek in de gunst van de clientèle beleefd aanbeveelt. Acht dagen later trouwt Gerrit van der Spek met de dochter Catharina Verbeek.

Personeel Van der Spek

Uit een testament van 21 maart 1900 blijkt dat Catharina de gehele nalatenschap aan haar man Gerrit van der Spek ter beschikking stelt. Gerrit is door met Catharina te trouwen mede-eigenaar van de sigarenfabriek geworden en onder zijn naam wordt deze verder uitgebreid. Op 22 april 1882 werd aan hem vergunning verleend tot het bouwen van een winkelhuis en fabrieksgebouw aan de Brabantse Turfmarkt 75 en tot de afbraak van het huidige gebouw. In 1884 kreeg hij toestemming tot het oprichten van een drogerij voor sigaren in zijn fabriek achter het perceel no. 75 aan de Brabantse Turfmarkt. In 1888 moest de fabriek weer uitgebreid worden.
Deze fabriek is nog een van de weinige tastbare bewijzen van de vroegere Delftse tabaksindustrie. Er zijn tot op de dag van vandaag (2000) nog elementen van zichtbaar. Hij is momenteel in gebruik als expositieruimte met de naam 'de Sigarenfabriek'.
Bij Van der Spek werkten in de bloeiperiode van het bedrijf, 1885 tot 1930, soms zo’n 250 arbeiders(sters). In de laatste jaren van de negentiende eeuw heerste er landelijk grote onrust onder de sigarenmakers. Stakingen in vooral Amsterdam en Rotterdam waren het gevolg. In deze twee plaatsen waren ook de meeste sigarenfabrieken gevestigd. Toen zich in de jaren tachtig een zekere terugslag als gevolg van de algemene depressie voordeed, vielen vooral in deze twee plaatsen de eerste klappen. Het goede salaris dat bij Van der Spek, maar ook bij A. Hillen verdiend werd, zorgde ervoor dat van bovengenoemde onrust in Delft weinig te merken was.
De stakingen in de grote steden werden georganiseerd, omdat de werknemers in de sigarenfabrieken een hevige strijd leverden met hun werkgevers. Niet alleen over lonen en arbeidsvoorwaarden maar vooral het recht om zich te kunnen organiseren. De Delftse situatie was veel gunstiger. De Delftse sigarenfabrikanten, met name G. van der Spek, J.R. Jedeloo en C.N.J. Hioolen hebben zich hiervoor ingezet.
In het jaarverslag van de Kamer van Koophandel uit 1894 laat Gerrit van der Spek weten dat er landelijk grote ontevredenheid heerst onder de sigarenmakers, maar dat dit in zijn fabriek en in het algemeen in Delft, niet het geval is. In het jaarverslag van 1904 lezen we dat door het gebruik van het gezonde verstand van de sigarenmakers en door de goede verstandhouding tussen patroons en werklieden, Delft een goede uitzonderingspositie innam. Bovengenoemde directeuren hebben in zeer belangrijke mate ertoe bijgedragen dat de staking die desondanks in 1913 in Delft gehouden werd slechts drie maanden duurde.
De Van der Speks vormden een echt familiebedrijf. Begin 1900 was Gerrit van der Spek sr. directeur en werd hij geholpen door zijn verschillende zonen: Cornelis Magrinus, Jacob, Arie en Gerrit jr. en zijn neven Isaac en Bertus. De statuten van 17 januari 1912 geven aan dat de fabriek, die voor eigen rekening van Gerrit van der Spek gedreven werd, nu omgezet werd in een Naamloze Vennootschap geheten: Tabaks- en Sigarenfabriek, voorheen 'G. van der Spek'.
Het maatschappelijk kapitaal bedroeg ƒ200.000, in zijn geheel geplaatst en bestaande uit tweehonderd aandelen van elk groot ƒ1.000. Gerrit van der Spek nam 192 aandelen voor zijn rekening. Cornelis Magrinus zes en Jacob twee. Als commissarissen werden benoemd de heren Elizabertus Verschoor en Isaäk van der Spek.
Gerrit van der Spek Sr. komt in juli 1926 te overlijden. In de statuten van 12 juni 1935 lezen we dat het maatschappelijk kapitaal vermeerderd is tot tweehonderd aandelen van elk groot ƒ2000.
Naast de twee winkels in Delft aan de Brabantse Turfmarkt en het Oude Delft no. 105 waren er ook nog twee filialen, namelijk aan de 1e van Swindenstraat no. 6 te Amsterdam en aan de Hoogstraat no. 61 te Schiedam, die beide in 1926 geopend en resp. in december 1929 en december 1936 weer opgeheven werden.
Uit de nieuwe statuten van 27 februari 1940 blijkt dat Jacob van de Spek en Gerrit van der Spek jr. als directeuren de naamloze vennootschap vertegenwoordigen. In 1939 zijn commissaris C.M. van der Spek en directeur A. van der Spek overleden.
Het Bureau Rotterdam en Omstreken van het Nederlandsche Beheers Instituut heeft per 1 december 1946 bepaald dat, gelet op het bepaalde in art. 99 van E 100, een vijftal heren benoemd zijn tot bestuurders van de naamloze vennootschap. Voor elke handeling was de medewerking van twee der betreffende heren vereist. Deze maatregel was echter van korte duur en werd per 27 december 1946 weer opgeheven.
In juni 1953 wordt de tabakskerverij en de koffiebranderij opgeheven. De productie van sigaren heeft al eerder opgehouden te bestaan. Alleen de grossierderij in koffie en de kleinhandel in tabaksartikelen bleef bestaan.


Mevrouw Kunz–Van der Spek, dochter van Gerrit van der Spek jr., weet zich nog een aantal zaken van vroeger uit de fabriek en de winkel aan de Jacob Gerritstraat te herinneren. Namen van sigarenmakers schieten haar te binnen, zoals die van Van Buuren, De Graaf en De Vries. Van Doorne was een van diegenen die de kistjes maakten. Arie van der Spek deed de boekhouding. Ze ziet hem nog zitten, in zijn kantoortje met zicht op de garderobe.
Toen zij vlak voor de oorlog de fabriek regelmatig bezocht, werkten er nog zo’n honderd man personeel op zaal. Na het overlijden van een van de twee boekhouders heeft zij een aantal jaren de taak van de overleden boekhouder overgenomen. Zo moest zij ook wel eens de banderollenzegels voor de sigaren op het belastingkantoor op de Molslaan halen. Pas veel later besefte ze met welk een kapitaal ze toen als jong meisje over straat ging. Het was verplicht deze banderollen in een speciale afgesloten ruimte te bewaren.
Vrijdag was voor haar de drukste dag. Vertegenwoordigers kwamen met de orders binnen, die allemaal ingepakt moesten worden. Alle rekeningen werden uitgeschreven en omdat de gemeente Delft op die dag de lonen uitbetaalde, was het in de winkel een drukte van jewelste. Donderdag was een topdag. Vele boeren bezochten de stad en de veemarkt op de Beestenmarkt. Vele kisten sigaren gingen dan ook over de toonbank. De heerlijke sigarenlucht, vermengd met die van de geurige koffie, zal haar altijd bijblijven.

H. Swarttouw en de latere de N.V. Sigarettenhandel v/h H. Swarttouw

advertentie

Aan de Molslaan no. 18 vond de handel plaats in sigaren, tabak, sigaretten en aanverwante artikelen. De Firma Swarttouw werd vooral bekend om de in- en export van sigaretten. De balansen zijn openbaar en liggen bij de Gemeentelijke Archiefdienst van Delft ter inzage. Zo hebben we vanaf 1879 inzicht in de balans, waarbij de activa onderverdeeld zijn in A. meubilair, huis en winkel. B. het aanwezige kasgeld. C. de voorraad goederen. D. de indrukwekkende lijst van debiteuren. E. het aanwezige kasgeld in de winkellade. De passiva bestaan uit crediteuren. In dat jaar bedroeg de voorraad hfl. 2.694,87 waarvan hfl. 2.341,36½ aan sigaren met ongeveer 200.000 stuks, verdeeld over 160 merken. Het batig saldo bleef net onder de hfl. 1.000,-, namelijk hfl. 996,44. In vijf jaar was het batig saldo verviervoudigd en na tien jaar kwam het batig saldo boven de hfl. 15.000,- uit. In 1911 had men inmiddels zeven panden verworven met een balanswaarde van hfl. 128.250, -. De totale bezittingen waren opgelopen tot hfl. 779.952,42 met een batig saldo van hfl. 666.038,26. Hendrik Swarttouw Sr., geboren op 9 januari 1852 te Delft, heeft het bedrijf opgebouwd en groot gemaakt. In 1916 werd de firma omgezet in een Naamloze Vennootschap met als directeuren de heren Hendrik Swarttouw en Henri Johannes Wilhelmus Thunnissen. In 1921 werd de directie uitgebreid met Hendrik Swarttouw Jr. en Louis Gerard Swarttouw, beiden zonen van Hendrik Swarttouw Sr. H.J.W. Thunnissen wordt commissaris. Na het overlijden van H. Swarttouw Sr. en het voor vier jaar onder curatele stellen van L.G. Swarttouw, werd per 28 december 1925 mevrouw J.M.P.O. Swarttouw-Verlinden, geboren in Tongeren(België) en weduwe van H. Swarttouw Sr. als directielid in het nieuwe bestuur opgenomen. Inmiddels is het batig saldo van de balans boven de miljoen gulden gekomen en is het maatschappelijk kapitaal in 1929 verhoogd tot hfl. 750.000, - terwijl dat in 1935 nog eens vermeerderd wordt met hfl. 60.000,-.38 Op het moment dat in 1951 de Naamloze Vennootschap de in- en export van sigaretten beëindigt, is L.G. Swarttouw nog de enige directeur met aan zijn zijde H.W.J. Thunnissen als commissaris. Hoewel de activiteiten, op de winkel op de Oude Langendijk na, al lang gestaakt waren, bleef de N.V. bestaan tot 1973 en werd toen omgezet in een B.V. De B.V. had als doel het beheren en exploiteren van roerende en onroerende goederen, in het bijzonder van effecten, behoord hebbende tot- of in de plaats getreden voor het vermogen van het voorheen door de vennootschap uitgeoefende handelsbedrijf. Het maatschappelijk kapitaal bedroeg zevenhonderd vijftig duizend gulden. 39

J.H. Wijen

sigarenmaker. De laatste sigarenmaker die in Delft gewerkt heeft, werd geboren in 1902 en kwam uit een familie van sigarenmakers. Vijftig jaar lang heeft hij het vak van sigarenmaker uitgeoefend. Hij is begonnen aan de Molslaan, maar mocht wegens brandgevaar zijn ambacht daar niet meer uitoefenen. De werkzaamheden werden de laatste veertig jaar verplaatst naar de Hertog Govertkade, in een zijsteegje met de herkenbare luikjes van een originele sigarenfabriek. Deze luiken, vroeger zo kenmerkend voor de tabaksschuren, konden in alle standen gezet worden. De wind was op die manier beter regelbaar, waardoor de tabaksbladeren goed konden drogen. De meeste familieleden, zoals broers en zussen, werkten mee in het bedrijf. Toen hij tien jaar was, moest hij voor en na schooltijd tabak halen, strippen en andere kleine werkzaamheden verrichten. Zondag was de dag dat de tabak ingevocht werd. Zij was dan beter geschikt om verder bewerkt te worden. De stelen die bij het strippen overbleven, werden bewaard voor de duivenmelkers. Niet alleen toen, maar ook nu worden deze tabaksstelen gebruikt door de duivenmelkers. Deze stelen werden toen, maar ook nu nog in de broedplaatsen van duiven gelegd en zijn een probaat middel tegen luis en ander ongedierte. Met zo’n zestien werknemers werden ongeveer 25 duizend sigaren per week gemaakt.

Wijen.jpg

Ook de kleinere bedrijfjes werden gecontroleerd op fraude met banderollenbandjes. De familie van de heer Wijen kan zich nog herinneren dat de heer Zwart, als ambtenaar van de accijns, regelmatig kwam controleren of alle verpakkingen met banderollenzegels dichtgeplakt waren en de losse sigaren geringd waren met een banderol. In 1968, het laatste jaar als sigarenmaker, doet J.H. Wijen het wat rustiger aan. Toch maakt hij nog zo’n 1500 tot 2000 sigaren in de week. Het sigarenmerk heette Hertog Govert. 40 De sigaren werden veel aan sigarenwinkeliers verkocht. De wekelijkse markten waren echter ook niet onbelangrijk. Het was een spel om ze aan de man te brengen. De broer van J.H. Wijen, Koos genaamd en ook sigarenfabrikant(maker) van beroep, gebruikte zijn vader als step-in. Het was een samenspel tussen vader en zoon. Zijn vader, ook sigarenmaker geweest, ging mee naar een markt waar ze hem niet kenden, bijvoorbeeld in Den Haag of Rotterdam. Zoonlief stalde zijn waar uit en probeerde zijn sigaren aan de man te brengen, door deze aan verschillende toehoorders voor de kraam te laten proeven. Ook zijn vader bevond zich onder de kooplustigen. Ook hij nam een sigaar in alle onschuld aan en vertelde luid en duidelijk hoe lekker hij hem wel vond. Dat hij zo’n mooie grijze stevige askegel had, zo gelijkmatig opbrandde en natuurlijk lekker rook en smaakte. Dit werkte zo aanstekelijk dat omstanders nieuwsgierig werden en ook wilden weten hoe zo’n sigaar smaakte. Het resultaat was dat zij één of meer doosjes kochten en met het idee naar huis gingen: ik heb een goede koop gedaan! Na de markt gingen vader en zoon voldaan naar huis, na eerst wellicht een welverdiende borrel gepakt te hebben.

A.H. van Renssen

sigarenfabrikant aan het Vrouw Juttenland 15en de Vlouw 33

Eigenaar: Anthonie Hendrik van Renssen, geboren op 11-06-1873 te Delft. De bestaande sigarenzaak op het Vrouw Juttenland werd op 07-04-1897 voor hfl. 175,- overgenomen van Karel Hendrik van Heusden. Anton had het vak van het maken van sigaren geleerd bij de firma Hillen in Delft, waar hij ongeveer 8 jaar gewerkt heeft en bedacht “wat zij kunnen kan ik ook” waarop hij in de woonkamer achter de winkel sigaren ging maken.
Img233.jpg
Omdat het echtpaar van Renssen 7 kinderen moest groot brengen werd de ruimte achter de winkel te klein en werd het woonhuis verplaatst naar de Vlouw no. 30, schuin tegenover de huidige zaak. Op de begane grond werd, naast de opslag van ruwe tabak, ook de pruim- en rooktabakkerverij opgeslagen. Op de eerste etage was de sigarenmakerij en sorteerderij gevestigd. In zijn glorietijd had Anton 6 sigarenmakers in dienst. Deze sigarenmakers maakten niet alleen sigaren voor de eigen winkels aan het Vrouw Juttenland en de Nieuwe Langendijk in Delft en de zaak in Voorburg, maar ook andere winkels in Nederland werden bevoorraad met Delftse sigaren en zij hadden zelfs afzet in Nederlands Oost Indië en Canada. Het handelskapitaal bedroeg in 1921 hfl. 17.573,75 (opgave K.v.K.) en de firma werd uitgebreid met zijn neef Wim J. van Renssen. In 1926 werd zijn zoon Andries medevennoot. Sigarenmerken waren: “Marquis”, “Rensico", “Baronet” en “Unicum”.

Ze hadden ook een vertegenwoordiger, de heer Lutz, vader van de bekende Rotterdamsche toneelspelers in dienst. Door gebrek aan personeel, een aantal van hun werd namelijk gevorderd door de Duitsers voor werk in Duitsland, tabak en elektriciteit werd de productie in de Tweede Wereldoorlog gestaakt. Anton overleed in 1943 waarna zijn zoon Andries mede firmant werd.

Na de oorlog startte Wim de productie van pijp- en pruimtabak en later ook weer van sigarettentabak. Het maken van sigaren was niet meer rendabel. De industriële revolutie binnen sigarenland zou de twee overgebleven firmanten moeten dwingen met hun tijd mee te gaan en daardoor zouden zij machines moeten gaan aanschaffen voor het machinaal maken van hun sigaren. Voor deze forse investering was geen geld beschikbaar.
Bob van Renssen

Het merk shag wat hij voerde heette: “Tsang Kai Sjek”, genoemd naar de Chinese generaal die Formosa afscheidde van China. Onder druk van de politiek mocht die naam niet langer gevoerd worden en werd veranderd in “Bourdon”. Door de ziekte van zijn vrouw kon Andries de winkel aan de Nieuwe Langendijk niet meer combineren met het runnen van het inmiddels kleinschalige tabaksfabriekje en werd de productie gestaakt. Andries kwam inwonen bij zijn zoon Bob, die inmiddels de winkel had overgenomen, nadat de drie panden Vrouw Juttenland 15 en de Vlouw 30 en 33 tot een geheel waren verbouwd. De winkel bestaat echter nog steeds en is daarmee de oudste sigarenspeciaalzaak in Delft en kreeg in 1997, toen de zaak 100 jaar bestond, het predikaat “Hofleverancier.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies