3 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
: S7219
: S2806
Katholieke basisscholen in het Noordwesten van Delft: de H. Hart-, Emma-, Lodewijk-, Willibrord- en Gabriëlschool
: R30656

Heilig Hartschool

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

Leerlingen van nu waren nieuwsgierig naar het onderwijs van hun grootouders. Tijdens het project Schoolse tradities hebben Delftenaren hun oude basisschool bezocht. Hieruit kwamen interessante gesprekken voort die zijn vastgelegd op film. Deze zijn nu te zien op WikiDelft. Jan Holierhoek bezoekt zijn oude basisschool, de Heilig Hartschool, en vertelt over de basisschool in zijn jeugd.

Interview op 24 maart 2014 met de heer Jan Holierhoek door leerlingen van groep 8 van de Gabrielschool op Michiel ten Hovestraat 9 te Delft

Leerling : Hoe was de sfeer in de klas? Leuk of?
Jan: Nou, de sfeer. Ik denk dat wij vroeger - en dan praat ik over 55 jaar, 60 jaar geleden, ja zeker 60 jaar geleden - allemaal heel keurig in de klas zaten en heel erg, in zekere zin een klein beetje bang waren van de onderwijzer of. Want dat waren vaak hele strenge mensen. En, ja je mocht niet veel doen wat jullie tegenwoordig wel allemaal mogen volgens mij. Want ik kijk wel eens bij mijn kleinkinderen in de klas. Dan denk ik: zo zo, dat was bij ons wel even anders. Ja, ‘gespannen’. Het was niet echt een gespannen sfeer, maar er was meer orde en regelmaat. En, daar had je je maar aan te houden.

Leerling: Oké dan heeft u gelijk ook de tweede vraag beantwoord. Die ging daar ook over.
Jan: Ja, wat was dat?
Leerling: De tweede vraag was: waren de leraren streng?
Jan: Ja, ze waren best wel streng in de zin van dat je gewoon je mond moest houden in de klas. Als je wat gevraagd werd, mocht je wat zeggen. En je mocht ook geen speelgoed meenemen, of dingetjes in je lessenaar hebben die daar niet thuishoorden. Want die werden afgepakt en die kreeg je niet meer terug.
En ik heb zelfs meegemaakt – en dat vond ik wel heel erg en nog steeds – er was zelfs een onderwijzer (een wat oudere man in mijn ogen toen al) die pakte zijn stok als je iets heel brutaals deed en dan kreeg je op je duvel, met de stok. En dan hoefden je ouders echt niet naar school te komen om te klagen, want zo werkte dat toen niet.
Leerling: Nee.
Jan: Dus ja, ik denk dat jullie het allemaal veel gezelliger hebben nu.
Leerling: Oké.

Leerling: Wat voor straffen gaven ze?
Jan: Het minste wat je kon krijgen was dat je in de hoek moest staan. Ik weet wel, mijn vrouw waar ik nu mee getrouwd ben die heeft een jaar bij mij in de klas gezeten vroeger, zo lang ken ik haar al, en die deed iets heel brutaals. En toen zei de onderwijzer: “Prul, kom jij eens hier”. En toen moest ze voor de klas komen en toen zei die: “Prullen horen in de prullenbak”. En toen moest ze in de prullenbak gaan staan.
(Jan en leerlingen lachen).
Jan: Daar pest ik haar nog wel eens mee natuurlijk. (Jan lacht).

Leerling: En wat was uw ergste straf die u heeft gehad?
Jan: Nou, toen ze mij gevraagd hebben om hier met jullie over te praten heb ik gezegd: “Joh, je moet een ander nemen, want ik was nogal een beetje een zoet jongetje vroeger”. Dat is anders als mijn dochter, die was niet zo zoet hoor. Ik kan me er niet echt veel van herinneren wat ik aan straf heb gehad. Ja, strafwerk maken dat moest ik. Ik zag net meester Neeleman die heeft hier wat blaadjes met: “Ik mag niet en uh ik”. Nou ja dat moesten wij vroeger ook, 50 keer schrijven: “Ik mag niet praten in de klas” of zo.
En verder hadden we... Ja jullie hebben tegenwoordig zo’n bord. Wij hadden gewoon zo’n bord waar je met krijt op kan schrijven. En dan ging de meester wel eens even de klas uit. Dat zal hij (hij wijst naar leerkracht Neeleman) nog wel eens een keer doen, waarschijnlijk om koffie te drinken of een sigaretje te roken. Dat weet ik niet, maar. Maar dat mocht vroeger in de klas. (Hij lacht). Maar dan mocht er iemand opletten. Dus dan zei de meester: “Kom jij maar hier, ga jij maar opletten”. En dan moest je allemaal keurig netjes recht zitten. En als je dan iets verkeerd deed, dan werd je naam opgeschreven. En dan kwam de meester terug en dan zei die: Oh. En dan wist'ie precies wie er dingen verkeerd had gedaan en dan kreeg die weer strafwerk.

Leerling: Welke leraar vond u het aardigste en welke het minst en waarom?
Jan: We hadden een meester, meester Kurijn (fonetisch). Kurijn. Dat was een man met een vlinderstrik en hij zag er altijd heel perfect uit. Die zat in klas drie. Dat is bij jullie groep 5 geloof ik hè? En die meester speelde viool en die kwam regelmatig met z’n viool op school. En daar mochten we dan mee meezingen. En hij speelde dat voor en dat vonden de meesten wel leuk. Hoewel, ik kan me voorstellen als jullie aan een viool denken dat je denkt: nou, ja. (Hij lacht). Maar wij vonden dat wel leuk. En bovendien die man kon ook heel erg leuk vertellen, uit zijn hoofd. Dan vertelde hij over Kees en Koos; dat verzon hij ter plekke. En dat deed hij dan meestal zeg maar aan het eind van de ochtend zo’n half uurtje, een kwartier voordat de school uitging. Als we dan allemaal netjes ons best gedaan hadden en het was niet allemaal te erg geweest, dan zei hij: “Nou, dan ga ik nu even over Kees en Koos vertellen”. Hartstikke leuk. Want ja, dat was niet een verhaal wat in een boek stond maar dat vertelde hij gewoon. Dat vond ik de leukste.

Ja en de minst leuke dat vond ik de meester van de zesde klas. Dat is dan groep 8 waar jullie in zitten. Ja, want ik wilde graag naar de mulo zoals dat toen heette. Dat is tegenwoordig een beetje zo mavo/havo, in die buurt. En zo lang geleden. Daar had deze onderwijzer op de één of andere manier wat mee. Daar mochten eigenlijk alleen maar de kinderen naar toe die uit middenstandsgezinnen kwamen, dus waarvan de vader een zaak had of een winkel of zo. Een beetje deftige, die mochten daarheen. Ja en ik had al geen vader meer; die is gestorven toen ik 10 was. En ja, ik mocht aanvankelijk niet naar de mulo. En als je daar naar toe wilde, dan moest je naar een opleiding, dan werd je zeg maar voorbereid op de andere school. En uiteindelijk heeft mijn moeder het voor elkaar gekregen dat ik toch op de opleiding mocht. En ik ben naar de mulo gegaan. En ik moet heel eerlijk zeggen: “Ik ben het eerste jaar blijven zitten”. (Hij lacht). Maar daarna is het allemaal goed gekomen. Ja.

Leerling: Rookten de leraren? U had al gezegd dat eentje rookte. Maar rookte ook elke leraar, in de klas?
Jan: Nou dat daar moet ik heel eerlijk in zijn: dat weet ik niet meer. Maar roken was heel normaal. Dus ik kan me heel goed voorstellen dat bijna iedereen rookte. Ja. En er waren er zelfs met pijp. Ja. Meester Vinkers (fonetisch) ja die was van klas 5 en die man rookte pijp. Clan. Clan, zo’n toffeesmaak was dat. Dat kan ik me nog wel goed herinneren ja.

Leerling: Op het schoolplein waren daar speeltoestellen of?
Jan: Nee, we hadden... Ik heb niet op deze school gezeten. Ik heb op de Heilig Hartschool gezeten, in het Westerkwartier was dat, in de Westerstraat. Ik weet niet of jullie het Westerkwartier kennen?
Leerling: ja, die speeltuin.
Jan: Maar die zijn inmiddels afgebroken. Die scholen zijn weg en daar staan woningen. Maar toen ik daar op school zat, toen kwam je binnen via een poortje. En dan had je eerst de meisjesspeelplaats. Want dat was gescheiden. Meisjes en jongens had je. En daar stond een grote schutting tussen. En je moest als jongen dus over de meisjesspeelplaats naar de jongensspeelplaats toe. Maar dat was gewoon een binnenplaats met steentjes en er was helemaal niks. Maar we speelden tikkertje en zo. Dat was ook leuk natuurlijk.

Leerling: Wat voor spellen deed u in de pauze?
Jan: In de pauze?
Leerling: Ja.
Jan: Die hadden we niet.
Leerling: Oh.
Jan: Nee. We hadden geen pauze. Wij begonnen om 9 uur en we mochten om 12 uur weer naar huis. En, ja we hadden natuurlijk wel even dat we de speelplaats op mochten. Oh, dat bedoel je?
Leerling: Ja.
Jan: Dat we de speelplaats op mochten. Een kwartiertje. Ja. Nou ik zei al: als het tollentijd was, dan nam je je tol mee en dan tolde je. We hadden ook uiteraard wel een bal en dergelijke. En ja tikkertje of wegkruipertje, maar dat zijn de spelletjes. Spelen jullie die nog eigenlijk?
Leerling: Nee.
Jan: Nee hè.
Leerling: Nee. Maar we spelen wel een oud spel.
Leerling: Hobbeltje bok of zo iets.
Jan: Hobbeltje bok? Oh, bokspringen!
Leerling: Ja.
Jan: Ja bokspringen. Ja, ja, ja.

Leerling: Oké, dan kunnen we vraag 9 overslaan, want dat was: Hoe lang waren de pauzes? Jan: Een kwartiertje. (Hij lacht).

Leerling: Welke klas vond u het leukst?
Jan: Dat heeft natuurlijk een beetje te maken met de onderwijzer. Dus dat was klas 3.
Leerling: Had u ook schoolreisjes?
Jan: Nee. Nee, nee. Daar kan ik heel kort over zijn: die waren er niet. De enige manier om even uit school weg te komen onder schooltijd dat was als je naar de tandarts moest of naar de dokter. En het was een katholieke school, dus daar zaten allemaal katholieke mensen op. Ik was misdienaar. Ik weet niet of jullie dat wat zegt. Maar als er dan mensen gingen trouwen in de kerk dan hadden ze misdienaars nodig en dan mocht je even vrij om dan naar de kerk te gaan om misdienaartje te spelen. Maar voor de rest. We hadden geen schoolreisjes of iets dergelijks. Nee.
Leerling: Ook geen kamp dus?
Jan: Nee, ook geen kamp. Nee.

Leerling: Werd er gepest in de klas?
Jan: Ja. Ja. Ja, dat is nú zo, maar dat was vroeger ook zo.
Leerling: En deden de leraren wat daar tegen?
Jan: Niet zo veel. Er deed bijna niemand iets tegen. Die jongens of die meisjes hadden het in die tijd niet echt makkelijk hoor. Ik kan me nog een jongetje herinneren die kwam uit een bepaald milieu en dat week een beetje af van wat gewoon was zeg maar en die jongen die is enorm gepest. Ja. Achteraf heb ik er wel een beetje spijt van. Ja.

Leerling: Waar schreef u mee?
Jan: Met zo’n kroontjespen. Er was een inktpot, die zat. Hier (in deze klas) staat dan een potje inkt, maar dáár zat een glaasje in. En dan had de meester een hele grote fles inkt en die kwam dat dan weer bijschenken als het op was. Je begrijpt dat dat vaak over de tafel ging, dat het niet allemaal goed ging. En met een kroontjespen moest je schrijven. Een ballpoint bestond toen nog niet.

Leerling: En hadden jullie ook griffels?
Jan: Daar heb ik niet mee geschreven, nee.

Leerling: Hadden jullie ook een Cito- of een ander soort eindtoets?
Jan: Nee, het enige wat we hadden dat waren hoe noemen ze dat? Repetities, proefwerken dus. Dan moest je van een bepaald vak bepaalde sommen maken, of taal of iets dergelijks. Maar dat was niet zoals jullie het kennen een voorgedrukt formulier met Citotoets. Nee.

Leerling: Hadden jullie ook een tussendoortje?
Jan: Hoe bedoel je? Wat is dat?
Leerling: Nou, bijvoorbeeld een koek.
Jan: Nee, je mocht geen eten mee naar school nemen. Maar in de tijd dat ik op school zat en dat was na de oorlog zeg maar, na de Tweede Wereldoorlog. Dus toen kregen we melk op school, schoolmelk. Dat was een krat met kleine flesjes melk. En dan moest je elke dag zo’n flesje melk opdrinken. Maar voor de rest geen tussendoortjes.

Leerling: Nou, volgens mij had u die al beantwoord. Maar hoe laat waren jullie uit school?
Jan: Wij gingen om 9 uur naar school en we waren om 12 uur vrij. En dan begonnen we weer van om 2 uur tot 4 uur.
Leerling: Oh.
Jan: En dan woensdagmiddag hadden we vrij. En zaterdagmorgen gingen we naar school; en dat was meestal een hele leuke ochtend. Want dan kreeg je tekenen. Of je mocht dingen doen die je zelf wel leuk vond. Dat was een beetje de zaterdagmorgen.

Leerling: Hadden jullie een radiootje of TV in de klas? Wat luisterden jullie dan?
Jan: TV bestond toen nog niet. Radiootje was er wel, maar die hadden we niet in de klas. Dus wat dat betreft, audiovisuele dingen, die hadden we niet.

Leerling: Hoe zagen de klassen eruit?
Jan: Nou, de grootte van deze klas en dan meestal drie rijen met banken waar een tafel aan vastzit. Dus geen tafels en stoeltjes, maar banken. En dan (hij beeldt uit) 3 rijen. De stoutste jongens moesten voorin zitten, die moesten in de gaten gehouden worden. En de langsten achterin.

Leerling: En die ramen waren hoog?
Jan: Ja, dat geloof ik wel. Ja, het was een oude school. Ja, dat klopt.
Leerling: Dan kon je zeker niet naar buiten kijken?
Jan: Nou ja, zo. Dan zag je de bomen als er al bomen waren. Dat geloof ik niet hoor.
Leerling: Dus, alleen maar die bovenste ramen?
Jan: Ja.

Leerling: Nou, dat waren eigenlijk onze vragen.
Jan: Ja?
Leerling: Ja.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies