geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Jorrit Heinen

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

"Delfts blauw was ooit een statussymbool, nu is het camp"

Jorrit Heinen handelt in Delfts aardewerk. Begonnen als plateelschilder heeft hij nu winkels in Delft en Amsterdam. “Ik voel een enorme liefde voor het vak, het materiaal.” Zijn grootste zorg is dat het ambachtelijk beschilderde Delfts blauw in de toekomst zal verdwijnen. “Zonde, want het Delfts blauw is cultuurhistorisch van belang, maar ook een belangrijke inkomstenbron voor het hedendaags toerisme.”

“Ik heb het vak van mijn vader geleerd. Heel traditioneel”, vertelt Jorrit Heinen. “Mijn vader is altijd creatief geweest. Hij komt uit Bunschoten Spakenburg. In de traditionele Spakenburgse klederdracht worden kraplappen gedragen die zijn beschilderd met allerlei decors. Op een dag vroeg een van zijn zussen aan hem of hij zo’n kap wilde beschilderen. Daarna kwam er een vraag van een tante: of hij een vaas wilde beschilderen. En zo ging het maar door. Voor hij het wist had hij voor een half jaar aan opdrachten.”

Meester-schilders

Jaap Heinen schilderde in de Japanse en Chinese imaristijl, met veel oriëntaalse kleuren en motieven. Pas later is hij zich gaan verdiepen in Delfts blauw. In het begin van de jaren tachtig startte hij een winkel in Putten. Jorrit: “Ik kwam net van school en wist niet precies wat ik wilde gaan doen. Ik schilderde af en toe al bij mijn vader. Ik heb mijn eerste brommertje bij elkaar gespaard van de producten die ik verkocht. Na mijn eindexamen ben ik bij mijn vader gaan werken.” Dat was voor vader Jaap een mooie stimulans om serieus werk te gaan maken van zijn liefhebberij. “We zijn begonnen een winkel aan de Prinsengracht in Amsterdam. Elke dag reisden we op en neer tussen Putten en Amsterdam. Twee provinciaaltjes in de grote stad. We hadden totaal geen bedrijfsplan, we deden maar wat.” Met het oog op de toeristen kwam in Amsterdam de focus meteen op Delfts blauw te liggen. “We hebben samen in korte tijd een collectie Delfts blauw aangelegd. In onze winkel zaten we samen te schilderen volgens de Delftsblauwe techniek. Toeristen vonden dat prachtig.” Om zijn schilderkunst te optimaliseren ging Jorrit drie maanden in de leer bij het toenmalige Ambachtencentrum in Amsterdam. “Ik heb daar een training gekregen van echte meester-schilders, oude rotten in het vak. Van hen heb ik ontzettend veel geleerd, vooral over de techniek van het Delfts blauw schilderen. Je werkt op poreus materiaal, dat is anders dan schilderen op doek. En je schildert op een bijna aquarelachtige manier. Het moet er in één keer goed opstaan. Je kunt niet, zoals met olieverf, eraan blijven sleutelen.”

Cabout

Jorrit Heinen in zijn winkel aan de markt in Delft. Foto Trudy van der Wees
De zaken liepen goed. Er kwam een tweede vestiging in Amsterdam. Jaap Heinen trok zich terug in Putten, waar hij schilderde en leiding gaf aan de daar opgestarte fabriek Heinen Delftware; Jorrit bleef in Amsterdam en werd manager van twee zaken. Een derde filiaal werd geopend aan de Spiegelgracht, een mooie locatie in de museumbuurt, “Daar zaten we tussen de kunst- en antiekwinkeltjes, een plek waar ook onze doelgroep zit.” Delft kwam in zicht toen de bekende Delftse firma Cabout failliet ging. Jorrit werd benaderd door de curator. “Zo ben ik in Delft terecht gekomen. Het voelde een beetje als thuiskomen in de stad van het Delfts blauw.” Heinen Delftware heeft twee winkels aan de Markt. Op nummer 45 één die zich specifiek richt op de verkoop van producten van De Koninklijke Porceleyne Fles en op Markt 30 één met betaalbaar Delfts blauw voor iedereen. Jorrit richt zich op een breed publiek, maar zijn hart ligt bij de individueel reizende toerist die iets meer te besteden heeft. “Dat zijn dus niet de toeristen, maar cultuur- en kunstminnend publiek. Helaas is die groep in Nederland beperkt.” In Amsterdam was Jorrit al begonnen met het aanleggen van een collectie antiek Delfts blauw. Toen de winkel aan de Spiegelgracht werd afgestoten verhuisde deze collectie naar Delft. “Ik vind het hartstikke leuk om antiek aardewerk te verzamelen. Als ik iets moois voorbij zie komen kan ik het heel moeilijk laten staan. Inmiddels heb ik een mooie verzameling opgebouwd. Er zit bijvoorbeeld werk bij van Leon Senf, een van de bekendste schilders van De Koninklijke Porceleyne Fles. Ik vind het nog steeds geweldig als ik iets kan kopen dat honderd jaar oud is en dat ook echt mooi geschilderd is. Daar kan ik van genieten. De doelgroep die dit soort antiek koopt is niet groot. Wereldwijd zijn er misschien dertig mensen die antiek Delfts blauw echt verzamelen: particulieren, maar ook collega’s en concurrenten. Allemaal zijn we op zoek naar mooie, waardevolle dingetjes.”

Perfectie

“Zo iemand als Leon Senf, dat was iemand die het vak tot in zijn vingertoppen beheerste. Dat zie je nu niet meer. Vroeger waren plateelschilders mensen die op hun zestiende aan de slag gingen bij de fabriek en die wisten: hier blijf ik dus mijn hele leven lang werken. Dan kun je als kunstenaar groeien in je vak, een graad van perfectie bereiken die nu zeldzaam is. Als je weet dat iemand lang bij je blijft werken ben je als werkgever ook sneller bereid in je mensen te investeren. Dat is nu veel minder het geval, omdat mensen niet zo lang bij dezelfde werkgever blijven werken. Het is sowieso al moeilijk om mensen te vinden die plateelschilder willen worden. De meeste jongeren gaan studeren. Veel ambachtelijke kennis is helaas al verloren gegaan. Je merkt dat de nieuwe generatie plateelschilders eenvoudiger schilderingen maakt dan de vorige generatie. Dat is begrijpelijk, vroeger had een plateelschilder een jarenlange opleiding achter de rug. De huidige generatie schilders wordt in korte tijd klaargestoomd.” Jorrit is bang dat op den duur het puur ambachtelijke schilderen zal verdwijnen. “Natuurlijk zullen er altijd wel een paar kunstenaars blijven die de techniek beheersen, maar dat wordt een nichemarkt. De rest van de producten zal vanwege de hoge productiekosten steeds meer productiematig gemaakt worden, veelal in het buitenland.” Jorrit vindt dat zorgelijk. “Op die manier verdwijnt een ambacht dat niet alleen cultuurhistorisch van veel belang is, het is ook een belangrijke inkomstenbron voor het hedendaags toerisme. De Delfts-blauwindustrie heeft een enorme spin-off. Daar profiteert de totale Delftse economie van. Daar zou de gemeente zich meer bewust van moeten zijn. Ik hoop van harte dat er nog eens een een stimuleringsfonds wordt opricht om keramisten op te leiden in de techniek van het Delfts blauw. Met als voorwaarde dat die dan natuurlijk wel bij De Koninklijke Porceleyne Fles of bij ons gaan werken.”

Keurslijf

Jorrit Heinen verkoopt zowel eigen producten als die van de Porceleyne Fles. Foto Trudy van der Wees
Heinen Delftware werkt nauw samen met Nederlands oudste aardewerkfabriek. “De Koninklijke Porceleyne Fles verkoopt onze producten, bijvoorbeeld tulpenvazen en kerstseries, en andersom. Die contacten willen we graag intensiveren. Ik heb het idee dat we echt iets aan elkaar toevoegen. Onze produkten zijn iets vrijer dan die van De Koninklijke Porceleyne Fles. We geven onze schilders meer vrijheid in hun werk. Hetzelfde model wordt telkens op een andere manier beschilderd, terwijl bij De Koninklijke Porceleyne Fles telkens dezelfde decoratie wordt aangebracht door middel van sjablonen. Onze schilders zitten dus minder in een keurslijf. Sommigen werken volgens een voorbeeld, anderen gaan helemaal hun eigen gang. Veel van onze schilders - veelal freelancers - zijn afkomstig van andere aardewerkfabrieken, ook van De Koninklijke Porceleyne Fles.” Heel af en toe pakt Jorrit zelf nog wel eens het penseel op. “Voor speciale opdrachten. Maar het ontbreekt me vaak aan de tijd en de rust om te schilderen. Ik zou graag nog veel intensiever met het vak bezig willen zijn, maar het komt er niet van. Als ondernemer ligt er zoveel ander werk.”


Statussymbool

Foto Trudy van der Wees
Hij vindt het bijzonder jammer dat het vooral het buitenland is dat het Delfts blauw op waarde weet te schatten. “Nederlanders zijn er nauwelijks in geïnteresseerd. Vroeger was het een statussymbool om Delfts blauw in huis te hebben. Men gaf een maandsalaris uit aan een Delftsblauw bord. Dat paste ook bij die tijd. Andere luxeproducten waren er nauwelijks. Een mens ontleent zijn identiteit aan de inrichting van zijn huis. Als je wilde uitstralen dat je rijk was, zorgde je ervoor dat je Delfts blauw in huis had. Nu koop je een lcd tv, een computer of neem je souvenirs mee van dure reizen.” In de jaren zeventig kreeg het Delfts blauw een truttig imago. Jorrit: “Er is een tijd geweest dat Delfts blauw absoluut niet meer kon. Nu mag het wel weer, maar wel met een knipoog. Het is bijna camp en mag niets kosten. Een Nederlander koopt niet voor 300 euro een Delftsblauwe vaas bij De Koninklijke Porceleyne Fles, maar geeft bij Xenos wel een paar euro’s uit aan een Delftsblauwe decoratie en een Ik hou van Holland-gevoel. Een Ipad van 300 euro, desnoods met een Delftsblauw design, dat kan weer wèl. De markt voor Delftsblauw aardewerk is dus heel klein. Het zou mooi zijn als we erin zouden slagen om een Delftsblauw kwaliteitsproduct op de markt te brengen voor rond de vijftig euro, meeliftend op een populair ontwerp. Iets dat trendy is, daar zijn mensen heel gevoelig voor.”

Identiteit

Gek genoeg is de kleur Delfts blauw wel bijzonder populair in relatie tot wat Jorrit noemt het ‘Ik hou van Holland-gevoel’. “Ik heb het idee dat we in Nederland zoekende zijn naar onze eigen identiteit. Delfts blauw speelt daarbij een belangrijke rol. Je ziet het overal opduiken, zelfs in tv-programma’s. Maar aan het oorspronkelijke product wordt voorbij gegaan. We kopen dus wel Delftsblauwe dekbedden en Delftsblauwe spaarpotten van twee euro bij de Blokker, maar geen origineel Delftsblauw aardewerk. Daar baal ik wel eens van.” Daarom doet het Jorrit genoegen dat Delft het Delfts blauw weer een plek wil geven in de lokale samenleving. “Je moet wel oppassen dat je de stad niet helemaal volgooit met Delfts blauw, want daarmee maak je het juist weer belachelijk. Je moet je goed afvragen welk doel je beoogt. Wil je dat er meer Delfts aardewerk wordt verkocht of wil je dat Delft meer een uitstraling krijgt als de stad waar de geschiedenis van het Delfts blauw is begonnen en waar het nog steeds wordt gemaakt? Als ondernemer zeg ik: onze doelgroep wordt niet geprikkeld door Delftsblauwe lantaarnpalen op het Sint-Agathaplein. Dat vinden ze niet interessant. Het gros van de toeristen maakt het trouwens weinig uit of het aardewerk is gemaakt bij Heinen Delftware, De Koninklijke Porceleyne Fles of Royal Tichelaar in Makkum. Als het maar mooi is, en als het maar in Nederland is gemaakt.”

Opgetekend door Trudy van der Wees

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies