19 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
De erfenis van plateelbakkerij Het Hart
: R70048
Bont en blauw van de straet
: R48958
Vier eeuwen leven en sterven aan de Dokkershaven in Vlissingen
: R68011
In de Porceleyne Winkel
: R70049
Bouwkeramiek uit en in Delft
: R70050
Sectieltableaus : een nieuw Delfts product
: R70056
Een toren uit de klei
: R70057
Hip, trendy en al 400 jaar oud
: R70058
Delfts gebouw ontdekt in Breda
: R70059
Hoe Willem wajang werd
: R70061

Nina Linde Jaspers

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

"De erfenis van plateelbakkerij Het Hart"

In de zomer van 2005 werd bij opgravingen aan de Gasthuislaan en de Kruisstraat de fundering van de oven van plateelbakkerij Het Hart blootgelegd. Er werden tienduizenden scherven en resten van Delfts aardewerk in de bodem aangetroffen. Aan de hand van deze vondsten documenteert aardewerkdeskundige Nina Linde Jaspers niet alleen de aard van de producten, maar ook het productieproces van de plateelbakkerij.

De geschiedenis van plateelbakkerij Het Hart duurde slechts een kleine eeuw, van 1678-1770. Wat werd er gemaakt, en hoe? En: aan wie werd het verkocht? Dat zijn vragen waar drs. Nina Linde Jaspers, gespecialiseerd in Nederlands en geïmporteerd aardewerk uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd, zich de laatste jaren over heeft gebogen. Het was in 2005 voor het eerst dat er een Delftse plateelbakkerij archeologisch werd opgegraven.
Nina Linde Jaspers in het depot van de afdeling archeologie van Erfgoed Delft e.o. met producten van plateelbakkerij Het Hart, foto: Trudy van der Wees

De ‘erfenis’ van Het Hart bevindt zich in depots van de gemeente Delft en wacht op een goed moment om te worden geëxposeerd. Er werd van alles gevonden: ovens, kelders waarin de klei werd bewaard, ovenkokers, misbaksels, consumptieaardewerk, voor het merendeel verbrokkeld tot tienduizenden brokken en scherven. Al die puzzelstukjes zijn door de afdeling archeologie van Erfgoed Delft e.o. met behulp van vrijwilligers uitgezocht. Het materiaal is aan elkaar geplakt, gefotografeerd, opgemeten en de gegevens zijn in een database gezet. Nina Linde Jaspers kreeg de opdracht om een archeologische basisrapportage te schrijven over de bodemvondsten. “Met een dergelijke rapportage kun je het bodemarchief op een zodanige manier ontsluiten dat iemand die er later nog eens onderzoek naar wil doen, er zijn weg in kan vinden.”

Historische beschrijving

Bij de beschrijving van de vondsten ging ze uit van de vraagstelling: is duidelijk te maken welke producten plateelbakkerij Het Hart maakte? Dat lijkt een open deur. Er zijn immers allerlei voorwerpen aangetroffen. “Maar de vondsten bestaan niet alleen uit productieafval. Er is ook consumptieafval gevonden, afkomstig van mensen die in de buurt van de plateelbakkerij woonden, of later op de plek waar het bedrijf was gevestigd. Het is een enorme uitzoekerij om daar een schifting in aan te brengen.” De rapportage brengt de gehele productlijn van Het Hart in beeld, evenals het productieproces. “Er bestaat een aantal historische beschrijvingen van hoe zo’n plateelbakkerij werkte, van het wassen van de klei tot het eindproduct en alle stappen daartussenin. Gerrit Paape heeft in 1794 een dergelijk standaardwerk geschreven over het productieproces bij Delftse plateelbakkerijen, De plateelbakker of Delftsche Aardewerkmaaker. Dat wordt nog regelmatig geraadpleegd. Aan de hand van de vondsten die in 2005 zijn gedaan kunnen we controleren of wat hij schreef inderdaad klopt. We kunnen bovendien het productieproces illustreren met de bodemvondsten.”

Documentatie

Het belang van het onderzoek gaat verder dan Delft. Het is wereldwijd interessant, meent Nina. “Aardewerk is door de eeuwen heen over de hele wereld geëxporteerd. Historisch aardewerk of resten ervan worden in allerlei landen gevonden. Veel onderzoek is erop gericht de herkomst van dit aardewerk te traceren om op die manier contacten te reconstrueren. Een goede documentatie van de bodemvondsten van productie-afval, zoals dat bijvoorbeeld in Frankrijk al wel is gedaan, kan daarbij helpen. De herkomst van aardewerk is eenvoudig vast te stellen als het is gesigneerd, maar dat is lang niet altijd het geval. Ontbreekt de signering, dan moet je maar hopen dat er ergens in de wereld misbaksels zijn gevonden die kunnen dienen als archeologisch vergelijkingsmateriaal en dat die vondsten zodanig zijn gedocumenteerd dat ze zijn terug te vinden.” Met de rapportage over plateelbakkerij Het Hart, waarover een boek zal verschijnen, hoopt Delft de documentatie van historisch aardewerk weer een stapje verder te brengen. Nina heeft geprobeerd te achterhalen welke functie bepaald aardewerk heeft gehad. “Was het gewoon handelswaar, of bijvoorbeeld een bijzonder geschenk ter gelegenheid van een huwelijk of geboorte? Daar is achter te komen, maar je moet wel secuur te werk gaan. Als er in een beerput een kostbare Italiaanse import zit moet je niet meteen de conclusie trekken dat je te maken hebt met een vermogend iemand. Je moet kijken naar de andere resten die je in de beerput aantreft. Zijn dat bijvoorbeeld de botjes van oude dieren, het slechtste vlees, dan hadden de mensen het niet breed. Aan de hand van pitten en zaden kun je bepalen wat mensen indertijd aten, hoe hun dieet eruit zag. In dat licht krijgt zo’n Italiaanse import ineens een heel andere betekenis. Misschien woonde er wel een oud omaatje wier zoon in Italië was geweest en die het aardewerk had meegenomen als cadeau. Aan de andere kant, als je in een beerput tien bordjes met bijpassende kommetjes vindt waarmee de tafel vol moet hebben gestaan, zegt dat iets over de mensen die ze gebruikten. Je moet alles erbij betrekken, en je moet vooral je fantasie beteugelen. We zijn geneigd om een heel romantisch verhaal om het Delfts blauw heen te fantaseren. De realiteit was dikwijls veel nuchterder.”

Beeldvorming

Naar aanleiding van haar onderzoek kan Nina de ideeën over het beroemde Delftse aardewerk een tikkeltje bijstellen. “Het beeld dat wij hebben van het Delfts blauw is heel erg bepaald door de pronkstukken in musea. Dat zijn bijzondere stukken, waar men heel zuinig op was. Maar wat er dagelijks op tafel stond, het huis-, tuin- en keukenaardewerk waarvan we de brokstukken in de bodem terugvinden, daarvan zie je in de musea niets terug. Sommige conservatoren herkennen het niet eens als Delfts aardewerk.” Plateelbakkerij Het Hart geeft volgens haar een realistisch beeld van het aardewerk dat in de achttiende eeuw werd gemaakt. “Het is eenvoudig aardewerk. Er zitten wel een paar bijzondere vazen tussen, veelal halffabrikaat, maar de meerderheid zijn grof geschilderde kommetjes en borden, allemaal in dezelfde stijl, met dezelfde decors. Echte serviezen dus. Die kende men nog niet aan het einde van de zestiende eeuw. Begin zeventiende eeuw deed het servies mondjesmaat zijn intrede en aan het einde van die eeuw werd het steeds normaler om een servies te hebben.”

Kwaarten

Een aantal vragen omtrent Delfts aardewerk heeft Nina dankzij haar onderzoek weten te beantwoorden. Zo is wel duidelijk geworden dat het standaardwerk van Gerrit Paape in grote lijnen betrouwbaar is, maar dat hij het op sommige punten bij het verkeerde eind had. Sommige vragen kan Nina niet beantwoorden omdat ze er de technische kennis niet voor in huis heeft. “Ik zou er heel graag achter komen of het Delftse aardewerk is ‘gekwaart’. Volgens Paape werd het aardewerk voorzien van een loodglazuur, dat ervoor zorgt dat het aardewerk mooi gaat glanzen. Dit wordt kwaarten genoemd. Hierover voeren deskundigen al jaren verhitte discussies. Zelf twijfel ik. Door loodglazuur over je schildering te spatten kun je deze behoorlijk beschadigen, dus waarom zou je dat doen? Bovendien bestaat het tinglazuur waarmee Delfts aardewerk is afgedekt voor 1/8 uit tin en 7/8 uit loodoxide. Ik zou me kunnen voorstellen dat het daar ook van gaat glanzen. Aan de andere kant: Paape heeft er wèl tekeningen van. Misschien is het iets voor de Technische Universiteit om daar eens onderzoek naar te doen.”

Geen noodzaak

Nina is geboeid door de sociaal-culturele context waarin aardewerk werd gemaakt en gebruikt. “Net als nu was er tijdens de bloeiperiode van het Delftse aardewerk sprake van een culturele uitwisseling, via internationale economische contacten. En net als nu werd een origineel ontwerp jarenlang uitgemolken, net zolang tot het nog maar een vage echo was van het origineel.” Ze vindt het fascinerend om te zien hoe onder meer Nederlandse plateelbakkers het blauw beschilderde porselein uit China gingen imiteren. “Voor Nederlandse plateelbakkers was er geen enkele noodzaak om met blauw werken. Voor de Chinezen wel. Porselein wordt gebakken bij zeer hoge temperaturen, 1300 graden Celsius. De enige kleur die bij dergelijke hoge temperaturen niet verbrandt, is kobalt (blauw). Daarom is het Chinese porselein vrijwel altijd uitgevoerd in blauw. De Delftse plateelbakkers hadden die technische beperking niet. Zij beschikten niet over porseleinaarde. Daarom maakten ze aardewerk, dat je bij aanzienlijk lagere temperaturen bakt. Ze hadden dus elke willekeurige andere kleur kunnen gebruiken, maar omdat het Chinese porselein en de blauwe motieven zo populair waren, besloot men het klakkeloos te imiteren en zo ontstond de traditie van het Delfts blauw.”

Opgetekend door Trudy van der Wees

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies