2 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
: S6855
: S6996

Poptahof-noord (buurt)

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search
Bron: P.C.J. van der Krogt, Straatnamen van Delft: verklaring van de namen van straten en buurten, grachten en bruggen, Delft 2000.
De Poptahof

Vermelding en vaststelling


Raadsbesluit 24 juni 1993

Locatie

Locatie Poptahof-Noord.png











© 2008, Centraal Bureau voor de Statistiek / Topografische Dienst Kadaster


Beschrijving


Woningbouwcorporatie Volkshuisvesting maakte samen met architect S.J. van Embden vanaf 1957 grootschalige plannen voor een moderne woonwijk op het te annexeren terrein: Voorhof I, de latere Poptahof. De wijk moest in één klap woonruimte bieden aan duizend gezinnen. Er waren nog nooit zoveel woningen tegelijk gebouwd. Dit werd mogelijk gemaakt door hoogbouw. Acht flats met elk elf woonlagen zouden het uiterlijk van de nieuwe buurt bepalen. De lagere woonblokken en het vele groen maakten evengoed onderdeel uit van de wijk, maar baarden minder opzien. Flatgebouwen waren immers de hoop van de toekomst. Ze konden relatief goedkoop gebouwd worden én ze voldeden aan de modernste eisen op het gebied van wooncomfort. Tot die tijd kenden arbeiderswoningen nauwelijks enige luxe. Men gaf dan ook hoog op van de centrale voorzieningen die tegenwoordig als standaard worden beschouwd. 'Om maar met de deur in huis te vallen, alle woningen krijgen centrale verwarming, welke zich zelfs uitstrekt tot de wc's', aldus een journalist over de plannen. Ook zaken als een lift en het aanbrengen van vuilstortkokers werden beschouwd als uitzonderlijke luxe. In december 1960 sloeg wethouder P.C. Elfferich daarom vol enthousiasme de eerste paal voor deze nieuwe woonbuurt. De bouw liep enige vertraging op, maar in het voorjaar van 1962 konden de eerste negentig gezinnen hun woning betrekken. Weer twee jaar later was het deel Poptahof-Noord gereed. Honderden huishoudens betrokken hun nieuwe woonruimte. Dit waren overigens de beter gesitueerde arbeiders, aangezien de flats met alle centrale voorzieningen niet tot de goedkoopste woningen behoorden.

Literatuur en bronnen



Wijk


Wijk: Voorhof

Het gebied rond Delft bestond in vroeger tijden uit bossen, veen en moeras. De naam Ruiven (ruw veen) herinnert daar nog aan, evenals Biesland en namen als ’t Woudt en Abtswoude. Kleine groepen mensen, soms van buiten Delft, gingen de moerassen en moerasbossen ontginnen. Aan het begin van de elfde eeuw brachten zij de grond om Delft in cultuur. Sommige van deze kolonisten kwamen van ver, zoals Popta, die vanuit Friesland hier was neergestreken. Zijn naam is blijven voortleven in de Delftse buurt Poptahof en in de naam Papsou (Popteswolde betekent woud van Popta). Naast het verwijderen van de begroeiing moesten de ontginners zorgen voor voldoende afwatering.

Algemeen


In dit stuk vindt u wat algemene informatie over het ontstaan van Poptahof Noord en de problemen die hierbij kwamen kijken.

Woonblokken

Poptahof in de bouw

De angst voor woningnood zat er diep in, zodat in hoog tempo enorme woonwijken uit de grond gestampt werden. De weilanden en de weidse uitzichten aan de rand van de stad maakten plaats voor grote woonblokken met talloze flatgebouwen. De nieuwe buurt stond al spoedig bekend als de dichtst bebouwde vierkante kilometer van het land. Eind 1964 maakte een verslaggever van de Delftsche Courant de balans op van deze nieuwbouw: "Waar jaren geleden nog weilanden waren en het beeld beheerst werd door een landelijke rust, rijzen nu de flats als paddestoelen uit de grond." Dat deze flatgebouwen al kort nadien niet meer aan alle idealen beantwoordden, kon men toen nog niet voorzien. Volksvijand nummer één had men er echter wel zeer effectief mee bestreden.

Kinderziektes

"De droom van menige huisvrouw", zo omschreef men eind jaren vijftig de woningen die in de Poptahof verrezen. Dit bleek soms vies tegen te vallen. Nieuwerwetse voorzieningen als centrale verwarming, liften en stortkokers zouden het woongerief sterk verhogen. Bewoners van de wijk betrokken begin jaren zestig dan ook vol hooggespannen verwachtingen hun flats. Vooral de centrale verwarming werd gezien als het toppunt van luxe. Desondanks was het diezelfde verwarming waar zich de eerste kinderziektes bij voordeden. De buizen van de radiatoren bleken te werken als versterkers. De eerste bewoners van Poptahof-Noord klaagden hier in 1962 al over. Wanneer één bewoner op een verwarmingsbuis tikte, klonk dat door in de rest van het woonblok. Een gegeven waar woningbouwers tegenwoordig rekening mee houden, maar wat toen een onverwachte tegenvaller was.

Dekens tegen de kou

Het aanleggen van centrale verwarming voor een hele wijk was zo nieuw dat er nog nauwelijks ervaring mee was opgedaan. Een speciale monteur was in de jaren 1963 en 1964 dan ook bijna 24 uur per dag in de Poptahof bezig om alle problemen te verhelpen. Ook later verliep nog niet alles vlekkeloos. Het centrale ketelhuis kon niet altijd voldoende warmte rondpompen. In december 1968 klommen diverse bewoners van de Troelstralaan in de pen. Zij richtten een protestbrief aan de toenmalige woningbouwvereniging Volkshuisvesting. "We gaan voor het vijfde jaar de kou weer in", aldus één van de bewoners. Sommigen onder hen zaten met de dekens om de benen heengeslagen om 'op temperatuur te blijven'. Achttien graden - soms twintig - was het maximaal haalbare in de woonkamers. Het waren voornamelijk de bewoners in de hogere woonlagen die hinder ondervonden; de eerste twee verdiepingen werden wel warm. Desgevraagd liet de verhuurder weten dat er volop gestookt werd: 'de ketels draaien op volle toeren'. Zodra de genoemde protestbrief binnen was, zou men echter zeker actie ondernemen.

Geen glazenwassers

Naast de centrale voorzieningen was vooral het bouwen in de hoogte een nieuw fenomeen. Het magnifieke uitzicht woog soms maar nauwelijks op tegen de ongemakken van de hoogbouw in die eerste jaren. Met name op de bovenste verdiepingen van Poptahof-Zuid hadden de bewoners regelmatig last van lekkage. De ruiten zaten zodanig los in de sponningen dat zij bij slecht weer soms een emmer water per dag opvingen. De nodige aanpassingen zorgden er voor dat deze wateroverlast snel ophield. Alhoewel de binnenzijde van de ramen nu droog bleef, konden de bewoners toch niet altijd van het uitzicht genieten. De hoge flats werden aanvankelijk immers niet door glazenwassers bezocht. Voor glazenwassers was het pas aantrekkelijk om langs te komen als zij de hele flat mochten doen. Zoals één van hen opmerkte: "Je gaat niet voor een paar mensen aan zo'n flat hangen." Een enquête onder de bewoners had echter uitgewezen dat slechts 45% een glazenwasser wenste in te schakelen. Aangezien de ruiten toch schoon moesten worden, waren het met name de mannen des huizes die deze klus op zich namen. Volkomen terecht, aldus een verslaggever van de Delftsche Courant: "Welke vrouw van acht hoog zou het wagen ver over haar balkonnetje te gaan hangen of een andere halsbrekende toer te verrichten?"

‘Een zeer onsmakelijke toestand’

Vuil in de poptahof.jpg

"Het is schrikbarend wat er beschadigd wordt." Deze uitroep over de Poptahof zou met gemak één dezer dagen opgetekend kunnen worden. Hij dateert echter uit 1964, toen de wijk nog volop in aanbouw was. Het jaarverslag van woningbouwvereniging Volkshuisvesting - één van de voorlopers van Delftwonen - maakte melding van de problemen die waren ontstaan in de toen onlangs opgeleverde flatgebouwen. Niet alleen het vandalisme baarde veel zorgen, maar ook de vervuiling van portieken en galerijen. Men ging er vanuit dat het grotendeels met de nieuwigheid te maken had: "In de eerste plaats staat het vast, dat de bewoners nog moeten leren met elkaar de flats te bewonen." Zij beseften nog niet dat een flatgebouw van hen gezamenlijk was. Of zoals men het enkele jaren later verwoordde: "Gooit u thuis ook allerlei rommel zomaar op de vloer? Neen, waarschijnlijk niet."

Vuilstortkokers

Gemak dient de mens. Dat was de gedachte achter het plaatsen van vuilstortkokers in flatgebouwen. Al snel bleek dat het gemak iets te ruim werd opgevat. Vuilniszakken kwamen naast de stortkoker te staan en gemorst vuilnis bleef op de galerij liggen. In 1964 kregen de bewoners daarom goedbedoelde adviezen aangereikt: "Doe het vuil in kleine pakjes en als er wat naast de koker valt, raapt u het op! U voorkomt hiermede een zeer onsmakelijke toestand!" Dat dit niet altijd werd nageleefd, blijkt uit de hartekreet die een aantal jaren later bij een vuilstortkoker werd aangetroffen:

Nog één verzoek, o goede buur, smijt niet zo met de klep.
Het kan best anders, als u wilt, en neem voortaan de schep.
Voor 't vuil dat u hier heeft gemorst, het stinkt op 't lest zo zeer.
Als u dat nu op zou willen brengen, bedankt mevrouw, mijnheer!

Vervuiling leidde tot ongenoegen, maar ook tot overlast. Begin jaren zeventig vreesde men een muizenplaag in het nieuw gebouwde winkelcentrum In de Hoven bij de Poptahof. Zelfs in de gemeenteraad werden vragen gesteld over de 'uiterst onooglijke en onhygiënische staat' van het bouwterrein. De aannemer én de omwonenden kregen een standje. Diverse omwonenden maakten immers misbruik van het rommelige bouwterrein. Nu er toch al veel rommel lag, gooiden zij er af en toe een volle vuilniszak bij - desnoods vanaf de galerij of vanaf het balkon naar beneden.

Scholen


Voordat de eerste woningen in de Poptahof opgeleverd waren, was men al druk met het oprichten van een school. In 1961 vroeg de gemeente aan het Rijk een urgentieverklaring voor een zesklassige lagere school. Deze vroege aanvraag maakte het mogelijk direct een definitief schoolgebouw neer te zetten, iets wat al jarenlang niet meer was voorgekomen. Het waren lange tijd vooral tijdelijke onderkomens geweest. Het was indertijd nog niet duidelijk of er ook een protestants-christelijke en/of een katholieke school moest komen. Aangezien de woningen gebouwd werden door de algemene woningbouwvereniging Volkshuisvesting ging men er vanuit dat er in ieder geval vraag zou zijn naar openbaar onderwijs. Een kleuterschool zou eveneens een plek krijgen in de wijk. Op 20 oktober 1964 opende burgemeester D. de Loor deze twee scholen: kleuterschool De Zonnehof en basisschool Antoni van Leeuwenhoek tussen de Provinciale Weg en Poptahof-Noord.

School Poptahof

De vraag naar onderwijs bleek enorm; de scholen waren dan ook al enige tijd voor de opening in gebruik. Voormalig bewoonster B.F.J. Hartog woonde in 1964 net in de wijk en stuurde haar twee dochters met plezier naar de Antoni van Leeuwenhoekschool. "Dat was een hele leuke school, absoluut. Er heerste veel orde en er werd ook veel voor de kinderen gedaan." In het pand van de Van Leeuwenhoekschool vonden ook twee klassen van de katholieke Heilig Hartschool een onderkomen; deze zouden later een eigen noodgebouwtje op de Krakeelpolderweg krijgen. Marry Remery-Voskuil gaf hier enige tijd les, tussen de in aanbouw zijnde torenflats in. De aanvankelijk open woonwijk gaf soms wat problemen, zeker bij het lopen naar de gymles. "Als het hard waaide moesten we de kinderen helpen oversteken tussen de flatblokken door omdat ze anders wegwaaiden."

Na de komst van de protestants-christelijke Anne de Vriesschool aan de Aart van der Leeuwlaan was er voor iedere gezindte een eigen school op loopafstand. De openbare scholen trokken echter de meeste leerlingen en kampten met overbevolkte klassen. In 1968 werden hier zelfs vragen over gesteld in de gemeenteraad. "Ik dacht dat dit in Nederland en zeker in Delft niet meer mogelijk zou zijn", aldus de heer N.C. Noteboom van de CPN. Onderwijswethouder L.A. Weeber erkende dat de aanvraag van de toen derde openbare lagere school te laat was ingediend. Er waren nu zelfs zoveel leerlingen, dat eigenlijk direct een vierde school gesticht moest worden. De normen waren indertijd anders dan tegenwoordig. Een school telde standaard zes klassen en mocht maximaal 179 leerlingen herbergen; er mochten niet meer dan 48 kinderen in één lokaal. In 1968 zaten er op beide scholen echter ruim 100 leerlingen teveel. Dependances en houten noodgebouwen waren toch nodig om de ergste problemen weg te nemen.

Tegenwoordig bestaat de Antoni van Leeuwenhoekschool niet meer. De school fuseerde in 1994 met basisschool De Panda uit de Kuyperwijk. Sindsdien staat de school bekend als De Omnibus, letterlijk "voor allen". Deze naam is zeker in de wijk Poptahof van toepassing waar thans 260 kinderen uit maar liefst 26 verschillende culturen de school bezoeken.

Spelen in de Poptahof


"Er was heel veel groen, waardoor je er fijn kon spelen. Er waren wat klimrekken en een zandbak, genoeg om ons m ee te vermaken."

Deze uitspraken van oud-bewoner Koos Bühler doen vermoeden dat het prima gesteld was met de speelmogelijkheden in de Poptahof. Dit was uiteindelijk wel het geval, maar kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Met name de bewonerscommissie van de toenmalige woningbouwvereniging Volkshuisvesting - thans opgegaan in Delftwonen - heeft zich zeker in de beginperiode vaak hard moeten maken voor de nodige speelruimte. Er werd veel gepraat en men moest keer op keer concluderen dat de speelvoorzieningen 'geen gelijke tred' hielden met de aantallen nieuwe bewoners. In 1967 gaf de woningbouwvereniging zelf het goede voorbeeld door een klein speeltuintje te maken bij de winkels aan de Papsouwselaan, opgefleurd door het beeld 'Spelende kinderen' van kunstenaar H.J.Tieman.

Spelen.jpg

In de loop van de jaren zestig kwam het goed met de speelplekken in de Poptahof; vooral voor de kleinere kinderen kwamen er her en der zandbakken, wippen en schommels. Dit was echter onvoldoende uitdagend voor de opgroeiende jongeren. Doordat de wijk Voorhof bleef uitbreiden, moest het overgebleven groen steeds vaker plaatsmaken voor woningbouw en industrie. Een actiecomité verwoordde het belang van de verdwijnende trapveldjes in 1970 aldus: "Onze kinderen leven zich daar heerlijk uit, zodat zij misschien toch tussen al het beton van Voorhof op kunnen groeien tot evenwichtige mensen." Jongeren uit de Poptahof sloten zich van harte hierbij aan en zamelden handtekeningen in. Zij zetten vooral in op een eigen soos, opdat ze ook in de wintermaanden een plek hadden om samen te komen. "Dan behoeven we ook niet meer in portieken en hallen van de flats rond te hangen", aldus de handtekeningjagers. In 1973 konden de jongeren hun eigen soos betrekken, overigens nabij station Delft-Zuid, dus niet direct in de buurt van de Poptahof.

Wel werd in de Poptahof vrij recent een speelgoeduitleenproject voor jongere kinderen gelanceerd. Speeltuinen bleken met name in de jaren tachtig en negentig zeer gevoelig voor het toenemende vandalisme. Mede daarom zetten de woningbouwvereniging en de gemeente zich eind jaren negentig gezamenlijk in voor Speelbal. Het betreft een container met divers speelgoedmateriaal, dat op vertoon van een pasje door buurtkinderen (4-12 jaar) geleend kan worden om op het aanliggende plein onder toezicht te gebruiken. Bijna 500 buurtkinderen hebben op dit moment een pasje en kunnen dus gratis speelgoed lenen. Annie de Vreede woont al sinds 1962 in de Poptahof en heeft Speelbal een succes zien worden. "Er wordt veel gebruik van gemaakt en het verloopt allemaal heel ordelijk; ik heb zelf weleens ingevallen voor iemand. De kinderen mogen dan iets uitkiezen dat bij hen past, dus een fietsje waar ze met de beentjes bij de grond kunnen bijvoorbeeld." De regels bij Speelbal zijn bewust redelijk streng en ademen de geest van een multiculturele speelplaats: "Niet spugen, niet onbeleefd zijn, niet discrimineren, onderling Nederlands praten, niet aan elkaar komen en respect hebben voor elkaar en elkaars geloof."

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies