24 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Souvenir
: R61851
Hollandske Fajancer fra Delft : Manufakturer, mestre og medarbejdere, 1600-1850
: R73498
: C3406
: C16667
Hugo de Groot ; het Orakel van Delft
: R58808
Scherven brengen geluk
: R29806
Hugo Tutein Nolthenius : portret van een Delftsch kunstverzamelaar : Delftsch nieuwsch
: R31669
Een kunstzinnig Calvé-directeur
: R32497
Hugo de Groot ; het Orakel van Delft
: R58809
De terre & de feu
: R65306

Ronald Brouwer

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

'Delfts blauw is een icoon. En terecht'

Ronald Brouwer (1957) vond Delfts aardewerk foeilelijk, tot hij zich verdiepte in de geschiedenis en de techniek ervan. In 1990 studeerde hij af op Delftsblauwe tulpenvazen. Hij werkt bij Erfgoed Delft e.o. met als specialisme Delfts aardewerk.

Ronald Brouwer. Foto Trudy van der Wees

'Begin jaren negentig deed ik de lerarenopleiding Beeldende Vorming in Amsterdam. In het kader van het examen kunstbeschouwing moesten we iets uit de collectie van het Rijksmuseum bespreken voor een fictieve groep mensen. Wat zie je, hoe herken je het, waarom is het mooi, lelijk? Ik woonde destijds in Delft, evenals een aantal van mijn medestudenten. We zagen al die troep in de souvenirwinkels op de Markt. Uit pure balorigheid hebben we toen als drietal besloten Delfts blauw als onderwerp te nemen, gewoon omdat we dat alle drie zo ontzettend lelijk vonden. Het Rijksmuseum heeft een mooie opstelling Delfts blauw. We dachten daar lekker op af te kunnen geven. Maar toen ik me erin ging verdiepen begon er toch iets van waardering te ontstaan. Er was vooral een tulpenvaas uit het Rijksmuseum die grote indruk op me maakte. Die bleef in mijn achterhoofd hangen.'

Tulpenvazen

Tijdens een studiereis in Italië bezocht Ronald de Villa d’Este in Tivoli, een buitenhuis met prachtige fonteinen, vijvers en ornamentale vazen. 'Tijdens een paperonderzoek bleek dat twee niet uitgevoerde fonteinen bijna de vorm hadden van de piramidale, obeliskachtige tulpenvazen die ik jaren eerder in het Rijksmuseum had gezien. Ik dacht: daar moet een overeenkomst in zitten. Dat werd de invalshoek voor mijn afstudeeronderzoek Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Afspraak was dat ik alle tulpenvazen over de hele wereld zou inventariseren en beschrijven. Dat werd een drama. Mijn hoogleraar en ik dachten dat er wereldwijd misschien nog dertig tulpenvazen bewaard waren gebleven, maar dat bleken er tweehonderd te zijn! Sinds mijn afstuderen in 1990 zijn er nog meer boven water gekomen. Ik ben twee jaar met het onderzoek, en de verwerking van de gegevens bezig geweest.'

Topkwaliteit

Gedurende zijn onderzoek begon Ronald het Delfts blauw steeds meer te waarderen. 'Ik van ben origine keramist. Ik weet hoe moeilijk het is om met keramiek te werken. Als je je vanuit die achtergrond gaat verdiepen in het Delfts blauw krijg je alleen maar enorm respect voor wat men toen produceerde. Het is technisch ontzettend knap wat hier in Delft gebeurde. De vormentaal van het Delfts blauw is heel moeilijk te pakken. De kans op inzakkingen en vervormingen door drogen is heel erg groot. Wat de Delftse plateelbakkerijen in de periode 1680–1720, de bloeitijd van het Delfts blauw, geproduceerd hebben is echt van topkwaliteit en is daarna nooit meer geëvenaard. De schilderingen van plateelbakkerij De Griekse A bijvoorbeeld, die zijn zo knap gedaan.'

Grootmoeder

Inmiddels heeft Ronald zijn werk gemaakt van Delfts blauw en hij heeft een kleine privé-verzameling aangelegd. 'Ik kreeg ooit een vaas die van mijn grootmoeder was geweest. Zij moet een enorme Delfts aardewerkcollectie hebben gehad. Helaas is daar haast niets meer van over omdat haar huis tijdens de oorlogsjaren werd geconfisqueerd door de Duitsers. Het huis moest in één dag worden leeggehaald. Sommige stukken zijn opgeslagen, zoekgeraakt, uit nood verkocht. Alleen die ene vaas, incompleet, was over, en die heb ik. Later heb ik van een vriendin een achttiende-eeuws bordje gekregen dat aan de Vlamingstraat was opgegraven. Vanuit die basis ben ik gaan verzamelen. Ik koop geen dure stukken, het moet leuk blijven. Ik heb ook Delftsblauwe klompjes staan. Ja, ik ben helemaal overstag.'

Statement

Hij begon met Delfts aardewerk; later werd het keramiek in het algemeen en dat terrein wordt nog steeds breder. 'De trend van papieren zakjes en dekbedden met een Delftsblauw motief vind ik enig. Wat Hugo Kaagman doet met Delfts blauw, zo knap, zo vernieuwend. Met de serie artikelen die hij maakte voor de HEMA, de Delftsblauwe placemats bijvoorbeeld, maakte hij echt een statement. Delfts blauw is een icoon. En terecht. Het Delfts blauw is zo verweven geweest met onze geschiedenis, met name door de tegels. Eeuwenlang had iedereen in z’n keuken of gang tegels, want dat was nu eenmaal makkelijk schoon te houden. Maar hier zat er wél een Delftsblauw plaatje op. En dat vond men zo leuk, dat wilde iedereen wel hebben! Natuurlijk moet je oppassen dat je het "Ik hou van Holland"-icoon los blijft zien van het oorspronkelijke product. Maar ik vind het prachtig hoor, de Toppers die in een Delftsblauw kostuum optreden tijdens het Eurovisie Songfestival. Kijk, kaas is ook een typisch Nederlands product. Maar kaas blijft geel en egaal. Je kunt wel in een kaaspak gaan lopen, maar dat spreekt niemand aan. De werking van blauw met wit is zo kenmerkend en heeft zo’n uitstraling, daar kun je heel veel mee doen.'

Een misser

De belangrijke collecties Delfts aardewerk bevinden zich niet in Delft, maar in Den Haag en Amsterdam. 'Het is jammer dat Delft begin twintigste eeuw de grote collecties is misgelopen. De collectie J.F. Loudon (1821–1895) in het Rijksmuseum Amsterdam is door zijn erfgenamen zelf teruggetrokken na aanvankelijke toezeggingen aan het toenmalige Rijksmuseum Lambert van Meerten. Waar moest het komen te staan en kon men garanties geven voor veiligheid? Kon men de juiste voorzieningen treffen? Nee, dus. Adolf le Comte, destijds directeur van Museum Lambert van Meerten en een van de grote vernieuwers bij De Porceleyne Fles, wilde de collectie graag hebben, maar viste achter het net. Heel bijzonder overigens, dat het museum interesse toonde voor de collectie. In die tijd werd Delfts blauw absoluut niet als bijzonder gezien. Het was helemaal uit de mode. Delfts blauw lag ergens op zolder stof te verzamelen. Het was niet bon ton om er iets mee te doen. Het was al heel uitzonderlijk dat Loudon en A.H.H. van der Burgh (1856–1904) in die tijd hun collecties aanlegden. Zij waren hun tijd vooruit, een beetje zoals Kaagman nu.'

Zondvloed

Toch bezit ook Delft een fantastische collectie Delfts aardewerk, vindt Ronald. Deze is nog zelden aan het publiek getoond. 'Je praat over duizenden stukken, als je de tegels meetelt. Er zitten hele mooie dingen bij. Mijn favoriet is een eind zeventiende-eeuws tegeltje waarop de zondvloed is afgebeeld. Het is zo leuk, vlot geschilderd, de regen in het blauw, en mensen die vluchten in een boom. En dat allemaal op een tegeltje van dertien bij dertien centimeter! En de tulpenvazen natuurlijk, die blijven me boeien. Overigens is de omschrijving tulpenvazen niet juist. Deze vazen, heel kostbare producten, waren niet specifiek bedoeld voor tulpen, zoals lange tijd werd gedacht, maar werden het hele jaar door gebruikt om allerlei bloemen te tonen. Dat was de rode draad van mijn onderzoek. In de vakliteratuur praten we tegenwoordig niet meer over tulpenvazen, maar over bloemenhouders.'

Humor

Het is vooral het menselijke aspect van de Delftse aardewerkindustrie dat Ronald boeit. 'De plateelindustrie is mensenwerk. Soms zie je dat terug in de spontaniteit van het schilderen. Het beschilderen van aardewerk was voor een groot deel productiewerk. Als je tienduizend tegeltjes hebt beschilderd met schaapjes, dan wordt het schaapje op het laatst twee, drie lijnen, bijna een striptekening. Daardoor krijgt zo’n tegel iets komisch en wordt deze nu als zeldzaam beschouwd. Maar er waren ook grappige bedoelde tegeltjes. Mensen hadden toen net als nu ook gevoel voor humor, of waren wel eens in een melige bui. Op de oudere tegels en borden zie je soms kleine grapjes, bijvoorbeeld een tegel met een poepend mannetje.'

Dagelijks leven

Hoe zag het dagelijks leven in een plateelbakkerij eruit, daar zou Ronald graag mee van weten. 'Het was een industrie die gepaard ging met enorme financiële risico’s. Een industrie ook met weer een hele industrie eromheen: transport, de aanvoer van hout om de ovens te laten branden, de aardewasserijen buiten de stad. De hele stad was erbij betrokken. Het stoken van de reusachtige ovens was een proces dat dagen duurde. Hoe bepaalde je het juiste moment waarop de temperatuur goed was? Plateelbakkers moeten daar een soort Fingerspitzengefühl voor ontwikkeld hebben. Ging er wel eens iets mis met die ovens? Was er sprake van onderlinge jaloezie als een plateelschilder werd uitverkoren om een bijzonder product te maken, zoals een tulpenvaas? Dat moet haast wel. Ik zou meer willen weten over die wereld, over die levens. Ik weet zeker dat er spannende verhalen over zijn te vertellen, zoals in De Scheepsjongens van Bontekoe, maar dan over de Delftse plateelindustrie.'

Opgetekend door Trudy van der Wees

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies