4 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
: C25677
Band van porselijn tussen Delft en China
: R73196
In 30 jaar naar Europese top
: R78870
Band van porselijn tussen Delft en China
: R78872

Simone Haak

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

"Het persoonlijk handschrift van de kunstenaar"


Sinds 1986 presenteert Galerie Terra Delft onder leiding van Simone Haak en Joke Doedens een veelzijdig aanbod aan hedendaags keramiek. Simone Haak werkte in de jaren zeventig bij de Experimentele Afdeling van De Koninklijke Porceleyne Fles. Daar leerde ze de kneepjes van het vak. Als galeriehouder probeert ze een verbinding te leggen tussen traditie en vernieuwing. “Vernieuwing komt altijd voort uit traditie, dus die moet je koesteren.”

Het was een van haar docenten, Kees van Rensen, die haar attendeerde op het bestaan van de Experimentele Afdeling. Van Rensen had er zelf gewerkt en had les gehad van Emmy van Deventer, een van de kunstenaars die aan de basis stonden van de Afdeling. “Toen ik klaar was met mijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Groningen had ik geen zin om meteen voor de klas te gaan staan. Van Rensen bracht me op het idee om bij de Experimentele Afdeling te gaan werken. Ik legde contact met Theo Dobbelmann, die leiding gaf aan de Afdeling, en hij nodigde me uit om iets van mijn werk te laten zien.” Simone reisde met een rugzak vol werkstukken naar Amsterdam en werd tot haar grote vreugde aangenomen. “Wat ik toen niet wist, was dat de Experimentele Afdeling al jaren min of meer op een laag pitje stond. Er gebeurde niet zo veel meer. Kunstenaars die er werkten werden ook niet meer betaald. In de begintijd waren kunstenaars van de Experimentele Afdeling gewoon in dienst bij De Koninklijke Porceleyne Fles. Toen ik er kwam was daar geen geld meer voor. Ik verdiende dus geen salaris, maar ik kreeg wel alle ruimte om er te werken en te experimenteren. Gelukkig waren mijn ouders zo lief om me in die periode financieel te ondersteunen.” Ze herinnert zich nog levendig haar eerste dag. “Een lege, donkere ruimte waar alles was bedekt onder een dikke laag stof. De enorme kast met glazuurproeven van Emmy van Deventer stond er nog. Daar ben ik toen maar mee aan de slag gegaan.” Na een enige tijd stelde Simone aan Dobbelmann voor wat meer mensen uit te nodigen om op de Afdeling te komen werken. “Ik voelde me een beetje eenzaam, zo in mijn eentje. Evelyn van Baarda en Pauline Wiertz zijn er toen bij gekomen. Van beiden verkopen we nog steeds werk in de galerie.” Na een jaar vond Simone het tijd om geld te gaan verdienen. “De Afdeling was op zijn retour, het kon zo niet doorgaan. Ik ben gaan lesgeven, onder meer op het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest. Een half jaar later is de Experimentele Afdeling opgedoekt.”

Springplank

De gloriedagen van de Experimentele Afdeling waren al voorbij toen Simone halverwege de jaren zeventig in Delft arriveerde. “Maar in de goede tijd had de Afdeling een enorme naam opgebouwd, ook internationaal. Ook de Afdeling Bouwkeramiek van De Koninklijke Porceleyne Fles was toonaangevend. Daar gebeurden echt vernieuwende dingen. Volgens mij was de Experimentele Afdeling wel iets kunstzinniger. Er werd bijvoorbeeld op het aardewerk getekend, dat was absoluut nieuw. Dat grafische was onder meer de inbreng van Lies Cosijn, waarvan De Koninklijke Porceleyne Fles later een vaas heeft uitgebracht.” Terugkijkend noemt Simone haar periode bij de Delftse aardewerkfabriek ‘een springplank om uit het noorden weg te komen’. “Ik weet niet of mijn carrière hetzelfde was verlopen als ik in Groningen was gebleven. Hier in het westen gebeurde het allemaal. Werken bij de Experimentele Afdeling was een manier om toegang te krijgen tot de galeriewereld, om je werk te verkopen.”

Ambacht

“Toen ik bij de Experimentele Afdeling begon maakte ik vooral figuratieve, organische beelden. Achteraf vind ik ze wat gedateerd. Ik denk dat de periode bij de Afdeling voor mij vooral nuttig is geweest omdat ik daar de gelegenheid kreeg mezelf te ontwikkelen. Ik raakte enorm geïnteresseerd in het industriële proces van de fabriek. Ik fantaseerde erover dat op een dag mensen van mijn servies zouden eten. Op de Kunstacademie leerde je toen niets over het industriële proces. En bij De Koninklijke Porceleyne Fles heb ik pas goed het ambacht geleerd. Op de Academie hadden we bijvoorbeeld nooit geleerd hoe we gips moesten maken. Dat deed een werkplaatsassistent voor ons. Hij goot het gips in blokken en daar mochten wij dan in hakken. Mallen maken? Ik denk dat ik het tijdens mijn opleiding één keer heb gedaan. Bij de aardewerkfabriek heb ik op eigen verzoek drie maanden op de mallenmakerij gewerkt. Heel leerzaam! Ik heb er allerlei mallen leren maken, theepotten waren mijn favoriet. Hoe maak je een mal voor een tuit?”

Serviezen

Serviesgoed maken doet Simone nog steeds, omdat ze het leuk vindt en omdat ze graag met haar handen in de klei zit. “Ik vind niet dat je een galerie kunt runnen en zelf ook nog kunst maken. Dat gaat niet samen. Dus maak ik serviezen. Het is leuk om te doen, het werkt drempelverlagend en het draagt bij aan een inkomen, want van kunst alleen word je niet rijk.” Haar ambachtelijke kennis komt haar nog steeds van pas. “Ik bezoek regelmatig kunstenaars in hun atelier. Dan praat je over hun werk, over de problemen waar ze tegenaan lopen tijdens de productie. Het komt wel eens voor dat ik ze met een praktisch advies verder kan helpen. Het is heel prettig als een galeriehouder en een kunstenaar met elkaar op hetzelfde niveau kunnen praten. Je weet waar je het over hebt, je begrijpt elkaar. En omdat je het materiaal snapt kun je de keramiek die je verkoopt ook veel beter uitleggen aan klanten. Ik kan iemand bijvoorbeeld haarfijn uitleggen wat het verschil is tussen porselein en aardewerk. Dat is niet echt nodig om je werk goed te kunnen doen, maar ik heb er plezier in om het te vertellen.”

Vergane glorie

Met de aardewerkfabriek waar ze als pas afgestudeerde kunstenaresse begon, werkt ze regelmatig samen. “Ik heb veel respect voor De Koninklijke Porceleyne Fles. Dankzij haar produkten is Delft een echte keramiekstad geworden. Over de hele wereld kent men het Delftse aardewerk. Daar plukken wij als galerie de vruchten van. Terra trekt klanten uit binnen- en buitenland die zowel zijn geïnteresseerd in traditioneel Delfts blauw als moderne keramiek. Ik vind het belangrijk dat de Delftsblauwe traditie wordt voortgezet, maar met oog voor creatieve vernieuwingen. Je moet proberen verbindingen te leggen tussen traditie en innovatie, dat is van vitaal belang voor de keramiekindustrie. De meeste mensen weten het niet, maar de keramiekindustrie is de grootste industrie van Europa. Dan moet je niet alleen denken aan sieraardewerk, maar ook aan toiletpotten, tegels, bakstenen, dakpannen. Het is een enorme economische pijler, die langzaam verdwijnt omdat de productiekosten zo hoog zijn. De keramiekindustrie is nu eenmaal heel arbeidsintensief. De Wedgewoodfabriek is al failliet gegaan en een groot deel van de productie gaat naar lagelonenlanden. In Delft was de keramiekindustrie jarenlang booming business en heel belangrijk voor de lokale economie. Nu is bijna alles weg. Er hangt een sfeer van vergane glorie over het Delftse aardwerk.”

Kleinschalig

Wil de keramiekindustrie overleven, dan moet beter worden ingespeeld op de behoefte aan individualisering. “Bij Ikea kun je voor 49 cent een beker kopen, maar dat is een massaproduct. Het bedrijf probeert er nog een bijzonder tintje aan te geven door een kunstenaresse als Hella Jongerius in huis te halen, maar het blijven hele grote aantallen en de producten zijn overal hetzelfde. Of je nou in Delft, Maastricht of Groningen inkopen doet, het keramiekaanbod van de grootwinkelbedrijven is overal gelijk. Als galeriehouder moet je het hebben van kleinschaligheid. Gelukkig hebben we de tijdsgeest mee. Mensen hebben behoefte aan individualisering. Men vindt het leuk om te zien dat een beker handgemaakt is. Het product moet er natuurlijk niet slordig uitzien, het moet absoluut kwaliteit hebben, maar het moet ook het persoonlijk handschrift van de kunstenaar uitstralen. Daarmee kan de kunstenaar zich onderscheiden en kan ook degene die het product koopt, zich onderscheiden. Als je thuis bekers hebt die anderen niet hebben, zegt dat iets over jezelf, over je stijl, je identiteit. Keramiek was en is nog steeds een statussymbool. Tulpen waren vroeger heel kostbare bloemen die niet iedereen zich kon veroorloven. Dus daar maakte je een heel dure, bijzondere vaas voor: zo is de beroemde Delftsblauwe tulpenvaas ontstaan. Bij modern keramiek gaat het minder over hoe kostbaar iets is, maar meer om de persoonlijke liefde voor detail, de menselijke maat. We leven in een wereld waarin alles perfect moet zijn. Dan is het een verademing als iets niet voorspelbaar is. Hella Jongerius speelt daar handig op in. Zij brengt met opzet deuken aan in haar werk, om het produkt een exclusief tintje te geven. Vroeger was dat trouwens ook al gebruikelijk in de Japanse cultuur, maar om een andere reden: alleen God is volmaakt.”

Voorloper

In 25 jaar heeft Simone Haak de Nederlandse keramiek zien veranderen. “Toen we in ’86 begonnen was figuratief not done. Er zat weinig kleur in de producten. Alles was
Error creating thumbnail: Invalid thumbnail parameters
Simone Haak in Gallerie Terra. Foto Anne Reitsma
grijs, wit en zwart, strak en zakelijk. Die mores is veranderd. Het werk werd kleuriger en figuratiever. Er is een nieuwe generatie kunstenaars opgestaan voor wie het heel logisch is om verschillende kunstdisciplines te integreren. Vroeger waren het gescheiden werelden. Het Europees Keramisch Werkcentrum heeft heel veel niet-keramisten binnengehaald, Carolein Smit bijvoorbeeld. Van oorsprong is zij illustrator. Na een werkperiode van drie maanden bij het EKW is ze helemaal overgestapt op keramiek. Het past ook bij de maatschappij waarin we leven. De verzuiling verdwijnt, hokjes zijn aan het vervagen.” Terra speelt in op deze ontwikkeling. “Vernieuwing komt altijd voort uit traditie, dus die moet je koesteren. Daarom is het thema voor ons jubileumfestival in 2011 ook ‘traditie en vernieuwing’. We vinden het leuk om in onze winkel en galerie beide te laten zien en de verbinding ertussen te leggen. Dat is volgens mij de toekomst en Nederland heeft voldoende getalenteerde kunstenaars in huis om zich daarin te bewijzen. In Europees verband is Nederland een voorloper op het gebied van eigentijdse keramiek. Het is vernieuwend, kleurrijk, het hoort absoluut tot de Europese top. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat Nederland op het gebied van moderne keramiek na de Tweede Wereldoorlog veel minder traditie had dan bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk. We werden niet gehinderd door een verleden. Dat heeft dus ook z’n voordelen. In Engeland staat in elk huishouden wel een handgedraaide kom of een keramiek bord. Op de een of andere manier heeft die traditie in ons land nooit wortel geschoten, dus kostte het ook geen moeite om deze los te laten. In Nederland is al heel snel afstand genomen van de traditionele pot, mede door de generatie van Lies Cosijn.”

Vindplaats Delft

Bij het 25-jarig jubileum geeft Terra op allerlei manieren invulling aan het thema ‘traditie en vernieuwing. “De Engelse kunstenares Felicity Aylieff mag een aantal weken als artist in residence werken bij De Koninklijke Porceleyne Fles. Wat ze daar maakt exposeren we tijdens het keramiekfestival in onze galerie, samen met werk dat ze in Jingdezhen heeft gemaakt. De Nederlandse kunstenares Maaike Roozenburg gaat voor ons porseleinen bekers maken, gebaseerd op vier eeuwenoude Delftse glazen uit de collectie van Erfgoed Delft e.o. en Museum Boijmans van Beuningen. Dit gebeurt in samenwerking met de Technische Universiteit Delft. De glazen zijn gescand in een 3D-scanner van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen en daarna 3D uitgeprint. Maaike Roozenburg heeft er bij Industrieel Ontwerpen mallen van gemaakt. Er komt een wetenschappelijk artikel over in een internationaal tijdschrift en tijdens een wetenschappelijk congres in 2011 wordt het project ‘Vindplaats Delft’ gepresenteerd. De bekers zullen te zien en te koop zijn tijdens het keramiekfestival Brandpunt Terra, in 2011. Dit soort projecten, waarbij samenwerking wordt gezocht met andere partijen, zouden wat mij betreft vaker mogen plaatsvinden. Dan kijk je niet alleen terug op een roemrijk verleden, maar werk je ook aan de toekomst.”


Opgetekend door Trudy van der Wees

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies