57 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
De Vergulde Blompot : Rietveld, noordzijde 1615-1692 ; Molslaan, zuidzijde 1692/94 - 1841
: R71208
De Metalen Pot, 1670 - 1770/1775 ; De Hollandsche Daelder, 1696 - 1708/1721 ; Plateeldraaierij Buitenwatersloot, circa 1669 - 1717/1732 ; Theepotbakkerij De Gecroonde Theepot, 1689 - 1724
: R67063
: C5561
De Grieksche A, 1657-1818
: R29797
Het Hart
: R50476
De Porceleyne Lampetkan, 1609-1811
: R50482
De Porceleyne Schotel, 1598 - 1791
: R72691
De Twee Scheepjes, 1621-1794; Tegelbakkerij Delfshaven. Westzijde van de Oude Haven, uitkomend op de Schans, periode 1658-1676
: R73783
China, 1654-1743 ; De Nachtegael, 1633-1651
: R30980
De Romeyn, 1606-1774 ; De Ham 1639-1726
: R49012

Wik Hoekstra

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search

"Dit is niet de ultieme waarheid"

Wik Hoekstra steekt al dertig jaar een groot deel van haar vrije tijd in onderzoek naar de geschiedenis van het beroemde Delftse aardewerk. Persoonlijk heeft de Delftse meer affiniteit met de geschiedenis van de bedrijfstak, dan met de voorwerpen, maar: “Je kunt het mooi of lelijk vinden, het blijft heel knap werk.” Haar gespit in de Delftse archieven heeft geresulteerd in een reeks publicaties, Geschiedenis van de Delftse Plateelbakkerijen, waarvan het einde voorlopig nog niet in zicht is.

In de beginjaren tachtig begon Wik Hoekstra-Klein samen met een vijfentwintigtal andere belangstellenden met de inventarisatie van Delftse plateelbakkerijen in de zeventiende en achttiende eeuw. Daarmee nam ze een karwei op zich waarvan ze de omvang nauwelijks kon overzien. Weliswaar waren in de negentiende en twintigste eeuw enkele pogingen gedaan om deze voor Delft zo belangrijke industrie in kaart te brengen, evenzoveel malen was het onderzoek halverwege gestrand. Anno 2010 heeft de Projectgroep Delfts Aardewerk, waarvan Wik Hoekstra, Ans de Bruin, Wil van Reijen en Jaap Hoekstra de enige overgeblevenen zijn, 65 procent van de Delftse plateelbakkerijen in kaart gebracht. Ook werden een aantal nieuwe plateelbakkerijen ontdekt, die in het verleden over het hoofd waren gezien. Hoekstra schat het aantal Delftse plateelbakkerijen nu op 39. Over haar bevindingen schreef ze zeventien publicaties die in een zeer bescheiden oplage zijn verschenen. Nog een stuk of tien te gaan, dan zit haar taak erop. “Globaal waren de locaties van de plateelbakkerijen bekend, maar waar precies, dat moest worden uitgezocht. Het is een lastig en tijdrovend werk.
Wik Hoekstra:"Dit is niet de ultieme waarheid". Foto Trudy van der Wees

Veel plekken waar vroeger plateelbakkerijen waren gevestigd, zijn tegenwoordig onherkenbaar. In het gunstigste geval staat er nog een oud muurtje overeind. De meeste namen van plateelbakkerijen zijn eveneens verdwenen. Gelukkig heeft de huidige eigenaar van het pand aan de Lange Geer waar ooit plateelbakkerij De Griekse A heeft gezeten, de naam weer op de gevel gezet.”

Geen liefhebber

Toen Wik Hoekstra zich in de jaren tachtig aanmeldde voor de Projectgroep Delfts Aardewerk was ze niet bijzonder geïnteresseerd in Delfts aardewerk. Nog steeds is ze geen echte liefhebber. Toch zijn in haar woning opvallend veel antieke tegels te zien. “Ik verzamel tegels met beren erop”, zegt ze bijna verontschuldigend. “En dat andere tableau, dat zijn tegels die we in 1972 hebben gevonden in een bos in de buurt van Dalfsen. Ze lagen in een betonnen voederbak. Allemaal kapot. We vonden de tegels leuk, hebben ze met een kar opgehaald en thuis hebben we geprobeerd de tegels los te bikken uit het beton. Dat lukte niet. Uiteindelijk hebben we een kinderbadje gevuld met zoutzuur en daar de hele mikmak ingegooid. Dat werkte! Ik zou het nu nooit meer zo durven doen, natuurlijk. We hebben de tegels gelijmd en er een tableau van gemaakt.” Dat was lang voordat ze met het Delftse aardewerk aan de slag ging. “Achteraf zou je kunnen zeggen: het was een vingerwijzing!”


Witte vlekken

De Projectgroep Delfts aardewerk was een initiatief van de toenmalige directeur van Museum Het Prinsenhof, Rein-Arend Leeuw. Hij zocht vrijwilligers die wilden helpen bij het onderzoek naar de geschiedenis van het Delftse aardewerk. Er moest archiefmateriaal worden gesorteerd en uitgezocht. “In die tijd waren mijn kinderen al wat groter, ik was geïnteresseerd in geschiedenis, het leek me wel leuk om daar wat tijd in te steken.” Tot dat moment was er weinig onderzoek gedaan naar de geschiedenis van het aardewerk dat Delft zo beroemd heeft gemaakt. “Ik heb dat altijd merkwaardig gevonden”, zegt Wik. “De aardewerkindustrie is zo belangrijk geweest voor Delft, maar er is altijd weinig belangstelling geweest voor de geschiedenis ervan.” Henri Havard, een Franse vluchteling, was eind negentiende eeuw geïnteresseerd in de collectie Delfts aardewerk van jonkeer John F. Loudon. “Havard wilde weten wie de stukken had gemaakt. Dat is te achterhalen aan de hand van het merkteken op het aardewerk. Vaak zijn dat de initialen van de eigenaar/plateelbakker of een fabrieksmerk. Aan de hand van de doop-, trouw- en begrafenisboeken heeft hij geprobeerd de voorletters van plateelbakkers te koppelen aan voorwerpen die waren voorzien van een merkteken. Soms ging dat goed, maar er zijn ook fouten gemaakt. Er werden dan initialen gekoppeld aan voorwerpen die qua tijd niet pasten bij de betreffende initialen. Een andere kunstverzamelaar, mr. A.H.H. van der Burgh (1845-1904), heeft het onderzoek waar Havard de aanzet toe gaf, voortgezet. De gegevens die hij verzamelde, zijn in het Delftse gemeentearchief terecht gekomen: enorme vellen papier, volgeschreven met kleine kriebellettertjes. Hij heeft over zijn onderzoek enkele artikelen geschreven, maar door zijn vroege dood is Van der Burgh niet meer toegekomen aan de publicatie van een veel grotere algemene studie over de Delftse plateelbakkerijen.” Van der Burgh liet na zijn dood een enorme hoeveelheid ongesorteerd materiaal achter.

Monnikenwerk

Het is de verdienste van Rein-Arend Leeuw geweest dat het onderzoek van Van der Burgh werd voortgezet. De toenmalige directeur van Het Prinsenhof hoopte door het sorteren, inventariseren en interpreteren van het materiaal de witte vlekken in de geschiedenis van de Delftse plateelbakkerijen in te vullen. Van der Burghs met de hand geschreven notities (circa 1650 bladzijden) waren al op 7500 (!) microfiches gezet. Deze vormen de basis voor het onderzoek van de Projectgroep Delfts Aardewerk. Het uiteindelijke doel van het onderzoek was een bijdrage te leveren aan een nieuw te verschijnen editie van de Thieme-Becker Künstlerlexikon en te komen tot een uitgebreide vernieuwende publicatie over de geschiedenis van de Delftse plateelbakkerijen. Het Duitse lexicon is nooit verschenen en door het overlijden van Rein-Arend Leeuw, in 1984, is de ultieme publicatie over de geschiedenis van de Delftse plateelbakkerijen er ook nooit gekomen. Het onderzoek werd op bescheiden schaal voortgezet door de Projectgroep Delfts Aardewerk, die officieel in 2005 werd opgeheven. De leden van de projectgroep verrichtten monnikenwerk. “Elk fiche bevat een uittrekstel van een notariële acte. De meeste acten bevatten persoonsnamen. Er komen ook andere onderwerpen op de fiches voor die betrekking hebben op het plateelbakken in ruimere zin, zoals inventarissen, beroepen, handel, materialen, gereedschappen en plaatsbepalingen. Aan de hand daarvan kun je verder onderzoek doen in andere archiefstukken, zoals het haardstedenregister of kadastrale kaarten.”

Korte publicatie

Van de 28 enthousiastelingen die in 1980 begonnen aan het onderzoek, bleven er na verloop van tijd een stuk of tien over. “Ik was de jongste. De meeste mensen waren al op leeftijd toen ze aan het onderzoek begonnen en haakten later af omdat ze gezondheidsproblemen kregen. Sommigen kwamen te overlijden. Op een gegeven moment werd de vraag gesteld: wat gebeurt er met de resultaten van het onderzoek? Er zou iets gepubliceerd worden, maar dat ging op het laatste moment weer niet door. Ik vond dat heel demotiverend en had veel zin om ermee te stoppen. Mijn man heeft me tegengehouden. Hij zei: ‘Er ligt hier nu al honderd jaar onafgemaakt werk, en nu wil jij er ook mee ophouden?’ Dat trok me over de streep. Ik heb toen voorgesteld om over elke plateelbakkerij een korte publicatie te schrijven. Dan zou er in elk geval iets vastliggen en was ons werk niet voor niets geweest. Ik dacht aan een boekje van 25 pagina’s. Museum Het Prinsenhof ging akkoord. Kennelijk vond men het toch wel leuk wat ik deed. Zo is het eerste deel ontstaan van Geschiedenis van de Delftse Plateelbakkerijen. Het telde 75 pagina’s. Er bleek meer over te melden dan ik veronderstelde. Men dacht natuurlijk dat het bij dat ene deel zou blijven, maar ik ben blijven publiceren.”

Oude kranten

Wie denkt dat dankzij alle research nu wel alles bekend is over Delftse plateelbakkerijen, vergist zich. “Wij baseren ons onderzoek uitsluitend op de gegevens van Van der Burgh en die van mevrouw P. Beydals, die tussen circa 1934 -1948 als waarnemend gemeente-archivaris verbonden was aan het gemeentearchief van Delft. Die beperking hebben we ons zelf bewust opgelegd om te voorkomen dat we zouden verdrinken in de informatiestroom. Je moet deze boekjes zien als een gegevensbestand dat voortdurend aangevuld kan worden. Deze reeks is dus zeker niet de ultieme waarheid; het is de stand van zaken.” Gelukkig komt er steeds meer informatie beschikbaar naarmate meer archieven worden ontsloten. “Er staan nu bijvoorbeeld oude kranten op internet. Toen we daarin gingen neuzen kwamen we een advertentie tegen van een Delftse plateelbakker die eind achttiende eeuw zijn waren aanbood op de kermis in Middelburg. Daar waren we normaal gesproken niet achter gekomen. Ik kende deze plateelbakker wel, maar ik wist niet dat hij dit soort dingen deed. Er is wel enigszins bekend aan wie de Delftse plateelbakkers hun waren verkochten, maar niet wat en hoeveel ze verkochten. Daarvoor zou je onderzoek moeten doen buiten Delft, naar de kooplieden in andere steden. Dat is een enorm werk. Ik denk niet dat ik dat nog zal meemaken.”

Nieuwsgierig

Na dertig jaar is Wik Hoekstra nog steeds niet uitgekeken op het onderwerp. “Uit de archiefstukken over deze Delftse bedrijven komt een bepaald beeld naar voren. Dat maakt me nieuwsgierig. De mensen van die plateelbakkerijen – vaak is het ook familie van elkaar - gaan als het ware voor je leven. De mensen van plateelbakkerij De Starre, bijvoorbeeld, dat vind ik een beetje een vervelende familie. Bij een ander bedrijf denk ik soms: dat is een goede plateelbakker, maar wat is die man een slechte zakenman! Dat houdt het leuk, spannend. Je komt soms ook gekke dingen tegen. Je leest over ruzies en er is zelfs wel eens een moord gepleegd in een plateelbakkerij. Ja hoor, dat is allemaal terug te vinden in de archieven.”


Opgetekend door Trudy van der Wees

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies